Vorig jaar bezocht ik samen met een vriendin een concert van het Gelders Orkest in Arnhem. We zaten op het balkon en keken neer op het podium waar het orkest zich bevond. Aan de overkant hingen enkele figuren over de rand van het andere balkon. Ze deden me denken aan ondeugende kinderen die terwijl hun beentjes over de rand van de boomhut bungelen, kijken wat er in de tuin van de buren gebeurt. Deze mensen waren echter al lang geen kinderen meer. Daar was hun haar te grijs voor. Bovendien kon ik vanaf de andere kant van de zaal hun rimpels tellen.

Een blik om me heen bevestigde dit beeld: de gemiddelde leeftijd van de bezoekers in de concertzaal zat ruim boven de middelbare leeftijd. Het aantal mensen onder de 40 was bijna op de vingers van één hand te tellen. Althans, in de zaal. Op het podium was dat een ander verhaal: ik schat dat ongeveer een derde van het orkest uit jongere mensen bestond. Bovendien was de publiekstrekker van deze avond ook heel jong: de pianist Lucas Jussen. Hij is slechts eenentwintig jaar oud. Als kind vergaarde hij samen met zijn oudere broer Arthur al faam als onderdeel van het virtuoos pianospelende duo ‘de gebroeders Jussen’. Zo jong al ergens goed in worden, gebeurt niet zomaar. Behalve dat je talent moet hebben, is het ook nodig dat je opgroeit in een omgeving waar oog is voor dat talent. Een omgeving waarin het kan uitdijen. De ouders van de broertjes hebben ongetwijfeld affiniteit met klassieke muziek.

Ik ben bepaald geen muzikaal genie (al kan ik redelijk zingen in een koor), maar ik ben thuis wel opgegroeid met verschillende soorten muziek. De smaak van mijn ouders heeft mij zeker beïnvloed. Van The Beatles, The Police, Tom Waits en Paul Simon tot klassieke muziek van Mozart of de Carmina Burana van Carl Orff. Om die reden denk ik dat de kleine hoeveelheid jongeren in het publiek van het Gelders Orkest alles te maken heeft met de muziek waar de meeste kinderen de afgelopen decennia mee opgroeiden. De nadruk ligt tegenwoordig veel meer op popmuziek dan op klassieke muziek. Dat gold ook voor mij. Als het om popmuziek gaat hebben jongeren er weinig problemen mee om de muziek van hun ouders te omarmen. Denk aan de onverminderde populariteit van de band Queen. Dat soort recente ‘oudere’ muziek wordt mede in stand gehouden door lijstjes als de top 2000.

Er is helemaal niets mis met popmuziek, maar toch vind ik het jammer dat klassieke muziek jongeren zo weinig bereikt. Met een heel orkest geschoolde musici kun je namelijk muziek maken die veel meer muzikale lagen heeft dan een gemiddeld popnummer dat gespeeld wordt door een band van vier man (gitaar, bas, drum en zang). Hoe getalenteerd die bandleden ook zijn.

Ik geef toe: je moet wel in de stemming zijn voor klassieke muziek, omdat een klassiek stuk nu eenmaal langer duurt dan een los popnummer. Om zo’n stuk echt te beluisteren is dus nogal wat concentratie nodig. Gelukkig krijgt eigenlijk iedereen tegenwoordig wel een portie klassieke muziek mee, of ze het nu willen of niet. Hollywoodfilms gebruiken namelijk bijna altijd klassieke muziek om hun publiek onder te dompelen in de filmische ervaring. Het geeft een soort grootsheid en sfeer die popmuziek zelden weet te evenaren. Ik stel dan ook voor om het voortaan niet meer over klassieke muziek te hebben, maar over ‘grootse’ muziek, want dat is het.


1 reactie

Hans Koning · 9 april 2019 op 07:55

In de progrock is het ook niet ongebruikelijk om lange stukken (epics) te spelen. Vaak zijn de muzikanten ook klassiek geschoold.

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.