Ik ben op bezoek bij mijn lokale goede-doelen-boekwinkel. Terwijl ik rondneus vang ik de stemmen op van een man en een vrouw. Hij zegt: “Kees van Kooten bij de humor. Daar ben ik het niet mee eens!” Zonder daarop in te gaan reageert een vrouwenstem van elders in de winkel: “Heb jij hier die rotzooi gemaakt?” “Welnee, ik doe niks. Ik ben daar niet eens geweest.” “Hier liggen allemaal boeken los bovenop de kast.” “Nee, ik heb alleen dat boek van Kees van Kooten verplaatst. Oh, wacht.” Op licht triomfantelijke toon zegt zij: “Zie je wel.”
Ondertussen loop ik verder de winkel in en kom ik de man tegen die Kees van Kooten geen humor vindt. Hij blijkt een magere oude man met een bril. “Dus u vindt Kees van Kooten geen humor?”, vraag ik. Hij glimlacht een beetje. “Nee, zijn boeken horen bij de literatuur. En niet bij die van iemand als Youp van ’t Hek.” “Oké”, zeg ik, “daar kan ik inkomen.”
Ik ben met de humor van zowel Kees van Kooten als die van Youp van ’t Hek opgegroeid vroeger. Kees van Kooten kende ik van Wim de Bie en hun programma Keek op de Week dat iedere zondagavond op tv was. Leuke sketches. Youp heeft met zijn felle oudejaarsconferences niet kunnen voorkomen dat Buckler het eerste (alcoholvrije) biertje was dat ik dronk als kind. Een geliefde jeugdherinnering die samenvalt met het kijken van First Blood, de eerste Rambo-film, bij een vriendje thuis.
Als het gaat om het geschreven woord heb ik van Kees van Kooten een enkel boek gelezen. Ik weet alleen niet meer welke dat was. Al zat er zeker humor in. Van Youp van ’t Hek ken ik naast zijn oudejaarsconferences alleen zijn scherpe en grappige columns. Een kunstvorm die cabaretier Pieter Derks de afgelopen tien jaar met succes heeft nagevolgd. Die columns zijn zowel grappig als maatschappijkritisch.
Ik hou wel van humor in de boeken die ik lees, maar ik geef er de voorkeur aan dat het slechts een van de ingrediënten van het schrijven is. Op die manier wordt een verhaal op smaak gebracht als een maaltijd met wat peper en zout. Veel van mijn favoriete schrijvers gebruiken humor als onderdeel van hun verhalen: J.R.R. Tolkien (Bilbo!), George R.R. Martin (Tyrion!) en Stephen King (Richie!).
Een enkele keer kan ik het ook wel waarderen als het in een boek of serie echt om de humor gaat. Zoals in de Discworld-boeken van Terry Pratchett. En in het echte leven ligt de humor soms op straat. Of je struikelt erover in de boekwinkel.
0 reacties