Ik ben een beetje laat, omdat ik weer eens vergeet dat ik sinds een paar jaar wat verder van het stadscentrum van Nijmegen af woon en vanwege het thuiswerken van huis moet komen. Daarom hou ik op met rustig peddelen en draai ik de trappers van mijn fiets wat harder rond. Ik ben op weg naar de onthulling van het straatnaambordje van de Graodus fan Nimwegentrappen op 16 september. Daar ben ik voor uitgenodigd, omdat ik als coördinator straatnaamgeving van de gemeente Nijmegen betrokken was bij de voorbereiding van de straatnaam. Ik fiets op de St.-Annastraat en zie in de verte de Sint Steven al staan, maar hoor de klokken nog niet slaan.   

Ik zet mijn fiets op een plaats achter het complex in het stadscentrum waarin een goede vriend van mij woont. Vanuit zijn woonkamer heb je een prachtig uitzicht op de kerktoren die Sint Steven heet. Daar verwees ik al eens in een eerdere column naar, toen ik het over de avondklok had.

Al Mot Ik Krupe

Nadat ik mijn fiets heb weggezet loop ik naar de kerk, langs het oudste café van Nijmegen, richting de bovenkant van de Graodus fan Nimwegentrappen terwijl de beiaardier die in de St. Stevenstoren zit Al Mot Ik Krupe speelt. Dat is het bekendste lied van de Nijmeegse zanger en tonprater Graodus fan Nimwegen (alias van Theo Eikmans, 1921-2000). Als ik ben aangekomen, neem ik plaats op een klapstoeltje achter het (toepasselijk) kale hoofd van columnist Kale Ries, die voor de Gelderlander schrijft. Om ons heen zijn familie en vrienden van Theo Eikmans aanwezig. Onder hen zijn vertegenwoordigers van zijn carnavalsvereniging die uiteraard in vol ornaat uitgedost zijn.

Dan begint een mooi eerbetoon aan Graodus fan Nimwegen op zijn honderdste geboortedag. Het geheel wordt aan elkaar gepraat door een in prins carnavalskostuum gestoken ceremoniemeester, die wisselende sprekers aankondigt. Dat gaat met veel humor gepaard. Zo wordt wethouder Noël Vergunst geïntroduceerd door het opsommen van zijn indrukwekkende functietitel (wethouder van stedelijke ontwikkeling, ruimtelijke ordening, cultuurhistorie, grondbeleid en cultuur én locoburgemeester) met een opmerking in de trant van “waar is hij géén wethouder van?” Over een andere, in prinsenkostuum gestoken, spreker merkt de ceremoniemeester op dat de persoon in kwestie ooit iets te maken had met de Piersonrellen, “maar daar hebben we het niet over”.

Met een lach en een traan

Vervolgens onthullen de carnavalsprinsen het straatnaambordje. Tijdens de bijeenkomst halen leden van de carnavalsvereniging en een zoon van Theo Eikmans verder herinneringen op aan Graodus fan Nimwegen en zijn muziek met een lach en een traan. Ik besef hierdoor hoeveel een eerbetoon in de vorm van een straatnaam met bijbehorend bordje voor mensen kan betekenen.

De nachtburgemeester van Nijmegen draagt bij aan het geheel door in een stevige buutreden (in de geest van Graodus) alles en iedereen op de hak te nemen. Tot groot vermaak van het publiek. De bijeenkomst eindigt met de Al Mot Ik Krupe-klanken van het Carillon (er wordt meegezongen) en een fotomoment van de carnavalsveteranen met een extra gemaakt straatnaambordje. Dat bordje mogen ze meenemen. Terwijl ik later naar huis kruip, bedenk ik hoe blij ik ben dat ik al bijna 25 jaar in Nijmegen woon en dat ik alleen maar meer van de stad ben gaan houden.


0 reacties

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.