“Doet het pijn als ik verdwijn?”, vraagt een meisje met rode vlechtjes en grote blauwe ogen aan de schrijver. Ze beweegt rustig heen en weer op een schommel die in de achtertuin van haar ouders staat. Haar rechterpols en het grootste deel van haar rechterhand zitten in het gips. Er staan namen op die net niet leesbaar zijn. De man aan wie ze haar vraag stelt, zit in een met leer beklede stoel aan een antieke mahoniehouten tafel, die midden in de tuin in de lentezon staat. Hij drukt zijn bril met ronde glazen aan op zijn neus en kijkt op van het papier waarop hij aan het schrijven was met een kroontjespen. “Waarom denk je dat je verdwijnt Lotte?”

Lotte fronst en zegt: “Omdat ik dood ga. Ik hoorde mamma en papa vanochtend praten aan de keukentafel. Ze zagen me niet, maar ik kon ze horen op de gang. Papa huilde en zei dat ik dood zou gaan, omdat ik anker in mijn botten heb. En toen oma vorig jaar dood ging, was ze daarna weg. Voor altijd. Dus ben ik straks ook weg.” De schrijver zegt: “Dat klopt, je gaat dood omdat je kanker in je botten hebt, maar ik zal ervoor zorgen dat je geen pijn hebt.” “Dat is fijn”, zegt Lotte, “maar waarom moet ik eigenlijk dood gaan?” De schrijver krabt op zijn kale hoofd, voordat hij antwoordt. Dat gebaar doet Lotte aan haar opa denken. Hij zegt: “Alle mensen gaan dood en het is nodig dat jij verdwijnt omdat dat voor conflicten zal zorgen tussen je ouders. Elk goed verhaal heeft een conflict nodig.”

“Wat is dat, een conflict?” “Dat is bijvoorbeeld als twee mensen ruzie hebben over iets”. Lotte is opgehouden met schommelen en vraagt: “Dus mijn ouders gaan ruzie met elkaar hebben?” “Ja”, antwoordt de schrijver, “dat heb ik zo bedacht. Ze zullen ruzie maken over het wel of niet bewaren van je spulletjes nadat je dood bent.” Lotte zegt: “Maar ik wil niet dat mijn ouders ruzie maken. Ze moeten lief zijn voor elkaar.” “Nee”, zegt de schrijver, “dat is saai. Het is beter voor de karakterontwikkeling van je vader. Hij is de hoofdpersoon van het verhaal. Nadat hij ruzie heeft gemaakt met je moeder zal hij zich daar schuldig over voelen. En dat is goed voor zijn karakter.”

Lotte is voor de schommel gaan staan met haar armen over elkaar, voor zover dat gaat met dat gips aan die ene arm. Ze stampt met een voet. “Jij bent gemeen!” De schrijver glimlacht. “Nee hoor, ik ben best aardig. Ik zorg goed voor mijn lieve vrouw, met wie ik al veertig jaar samen ben. Verder hou ik veel van mijn twee zoons. De ene is timmerman en de ander studeert rechten.” “Dat kan me allemaal niet schelen”, zegt Lotte. “Ik wil dat je mijn ouders met rust laat. En trouwens, ik wil helemaal niet dood! Dan kan ik niet meer spelen in de speeltuin met Marieke en Annika.” De schrijver zegt: “Dat is dan jammer jongedame, want ik ben de schrijver van dit verhaal. Daar kun je niets aan doen.” De huid rondom de sproeten in het gezicht van Lotte loopt rood aan. “O ja, dat zullen we nog wel eens zien. Als je verder gaat met het schrijven van dit verhaal, hou ik je tegen.”

De schrijver schudt zijn hoofd en richt zijn aandacht op het stuk papier dat voor hem op tafel ligt. Op het moment dat hij zijn pen op het papier zet, schiet deze dwars door het papier en het onderliggende tafelblad heen, net als de vingers van zijn hand. De schrijver trekt zijn hand terug en ziet tot zijn schrik dat zijn pen en alle vingers van zijn rechterhand verdwenen zijn. “Maar, dat kan helemaal niet”, stamelt hij. “Jawel hoor”, zegt Lotte, “ik gum je gewoon weg.” “Dat kan niet, want ik schrijf met inkt!” Lotte lacht. “Mijn gum kan dat wel, want die zit in mijn hoofd. Mijn hoofd: mijn regels.”

De schrijver probeert op te staan, maar voordat hem dat lukt, gebaart Lotte met haar denkbeeldige gum naar hem. Eerst veegt ze het grootste gedeelte van zijn bovenlichaam en de helft van zijn gezicht weg, zodat de blauwe lucht achter hem zichtbaar wordt. Dan gumt ze de restanten uit. Lotte kijkt naar het meubilair in de tuin en haalt haar schouders op. Ze knipt met de duim en middelvinger van haar linkerhand en de tafel en de stoel zijn ook verdwenen. Vrolijk fluitend huppelt Lotte weg. Naar de speeltuin.


0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.