“Raad eens hoe oud ik ben”. Dat is een directief waar ik net zo allergisch voor ben als “Trek eens aan mijn vinger”. Of nog erger: “Ruik eens aan mijn vinger”. Mensen laten raden naar je leeftijd impliceert namelijk dat je leeftijd het meest interessante is wat je nog hebt, of überhaupt ooit had. Tragisch. Bovendien zijn de meeste mensen die anderen de opdracht geven om hun leeftijd te raden in mijn ervaring nog helemaal niet extreem oud. Zeventig bijvoorbeeld, of hooguit tachtig.
De echt hoogbejaarde mensen weten dat er belangrijker zaken in het leven zijn dan hun prestaties in jaren. Zoals het luisteren naar muziek uit hun jeugd. Muziek heeft de eigenschap om vooral goede herinneringen naar boven te brengen. Aan vrienden, familie en geliefden uit het verleden. Aan de tijd dat alles nog mogelijk was.
Bij mij om de hoek is een verzorgingshuis. Vroeger noemden we dat een bejaardenhuis. Hoe dan ook horen de bewoners van die plek tot de kwetsbare doelgroep als het gaat om het coronavirus. Om die reden komen ze het terrein niet af. Alleen verplegers maken direct contact met ze en verder staat er regelmatig familie aan het hek om op veilige afstand een praatje met ze te maken. Sommige bewoners zitten in elektrische rolstoelen, terwijl anderen nog op eigen kracht rondlopen. Die laatste categorie zie ik regelmatig rondjes lopen op de cirkelvormige binnenplaats in de tuin of, zoals afgelopen week, samen met een verpleegster fietsen op een fiets met twee bakken naast elkaar. Een bakfiets, maar dan anders. Die fiets zorgde zichtbaar voor plezier bij zowel de verpleegster als bij de witharige dame die met haar meefietste. Het rondjes lopen op de binnenplaats, doet me echter denken aan het ijsberen van een gekooid wild dier in de dierentuin.
Toen ik laatst langs het verzorgingshuis liep, steeg er muziek op vanuit de tuin: “It’s a long way to Tipperary, it’s a long way to go.” Nadat ik dichterbij was gekomen, zag ik dat het live was: een man die in de tuin stond, zong naar binnen door een openstaande deur terwijl hij zichzelf begeleidde op een gitaar. Helemaal niet slecht, al kon ik niet zien wat de bewoners ervan vonden. Zij zaten namelijk binnen verborgen. Ik vroeg me natuurlijk meteen af wat de oorsprong van het liedje was. Wikipedia informeert mij dat het nummer gaat over een Ierse jongen die ver van huis is en terugverlangt naar zijn meisje in Tipperary. Het is geschreven in 1912 en werd bekend tijdens de Eerste Wereldoorlog. Sindsdien is het een populair lied onder marcherende soldaten.
Ik betwijfel of er veel mensen in het verzorgingshuis wonen die de Eerste Wereldoorlog nog meegemaakt hebben, maar It’s a long way to Tipperary is natuurlijk een traditional geworden. Mijn vader, die zelfs de Tweede Wereldoorlog niet meemaakte, kent het lied van de verkennerij. En ongetwijfeld wordt het tijdens de Vierdaagse ook nog steeds gezongen door wandelaars.
Ik vraag me af wat er voor mij gezongen zal worden als ik in het bejaardenhuis achter de gladiolen zit. Ik gok op nummers die nu hoog in de top 2000 staan. Nummers als Bohemian Rhapsody, Hotel California en Stairway to Heaven. Al zijn die laatste twee misschien iets te confronterend voor mensen in de winter van hun leven, vanwege dat helse hotel waar je nooit meer uitkomt en die trap naar de hemel. Toch hoop ik vooral dat de nummers van de familie Hazes, Frans Bauer en alle Toppers me bespaard blijven. Het liefst ga ik rockend in mijn schommelstoel ten onder. Met een uitvoering op volle sterkte met elektrische gitaar van Rage Against The Machine’s Killing in The Name! “And now you do what they told ya!” Dan zal ik headbangen tot ik mijn fragiele nek breek. Dé manier om naar Tipperary te gaan, of naar een andere plek waar je rust vindt.
1 reactie
Madelon Schlief · 11 mei 2020 op 09:06
Haha heel leuk geschreven weer Tim. Mocht ik als oudere verzorgende jou tegenkomen ooit in de toekomst dan zorg ik voor de juiste muziek :)!