Om te vieren dat Schuinschrijvers twee jaar bestaat en dat we vorige week onze honderdste column publiceerden, liet Linda zich in die column inspireren door een oude column van mij. Deze week laat ik me op mijn beurt inspireren door een van de eerste columns van Linda: Bier met hindernissen. Lees die nog eens door als je wil. Dan volgt nu column 101.

Bier drinken met corona

Ik verlang terug naar de tijd dat corona alleen nog een Mexicaans biermerk was en er geen hindernissen waren om bier te drinken in het bijzijn van anderen. Voor mij is bier drinken namelijk op de eerste plaats een sociale bezigheid. En hoewel bier drinken in gezelschap sinds kort weer een beetje kan, heeft het toch nog beperkingen. Afstand houden tot anderen is nog steeds de regel, het glas klinken met iemand de uitzondering.

De afgelopen periode heb ik mijn best gedaan om op creatieve wijze biertjes te blijven drinken. Nee, niet op mijn kop via een slang uit een thuistap, of naakt op het balkon met een feestmuts op, maar sociáál, ondanks de afstand. Normaal gesproken waren er twee vaste momenten in de week dat ik in de kroeg zat. Op dinsdag tijdens het doen van een pubquiz in Nijmeegs café Beijons en op woensdag in de stamkroeg van het popkoor waarin ik zing: De Kluizenaar.

Zowel quizzen als zingen heb ik in deze coronatijden online gedaan. Leuk om te doen, ondanks verbindingsproblemen, echoënde geluiden en door elkaar zoomende mensen. Om toch aan mijn biertjes toe te komen, dronk ik net als tijdens het live quizzen ook achter de computer een speciaal biertje mee en met de bassen van het koor komen we zelfs iedere woensdagavond na de online repetitie bij elkaar in een heuse digitale bassenborrel. Inclusief knabbels. Ook met andere vrienden heb ik een paar keer digitaal geproost. Toch mis ik het gekakel van mensen die echt in een groep bij elkaar zijn. En het samen zingen in een koor.

Sinds het begin van de crisis heb ik een paar sociale contacten inmiddels weer in het leven geroepen. Met een van mijn vrienden ga ik in plaats van sporten in het sportcentrum 1 keer per week wandelen, met een drankje na afloop. Afwisselend bij hem of bij mij thuis. We hebben beiden ruimte genoeg om afstand te houden, dus dat is geen probleem. Nu de boel vanaf juni iets versoepeld is, komen daar een paar contacten bij. Op mijn verjaardag kwam mijn vader langs. Dat was de eerste keer dat we elkaar in het echt zagen in drie of vier maanden. Heel fijn.

Vorige week woensdag kwamen we met de bassen van mijn koor voor het eerst weer eens samen om live een biertje te drinken. We verzamelden ons in een parkje voor de woning van een van ons, rondom een betonnen tafel waaromheen we voldoende afstand konden houden van elkaar, als een stel hang-volwassenen met smetvrees. Met bier, chips in persoonlijke bakjes, muziek uit draagbare boxjes en nootjes op de zang. Dat samenzijn vond ik een verademing.

In het weekend voorafgaand aan die bassenbijeenkomst vierden Linda en ik ons Schuinschrijversjubileum. Ook wij hebben een soort stamkroeg: café Frowijn, bij Linda om de hoek. Daar kwamen we samen om snode schuinschrijversplannen te smeden en daar hebben we besloten dat we überhaupt schuinschrijvers wilden worden. Een toepasselijke plek dus om te proosten op ons tweejarig bestaan en onze honderdste column. Het zou echter geen bier drinken met hindernissen zijn, als er niet iets tussen kwam. Niks ernstigs of zo, maar het was die zondagmiddag regenachtig. Aangezien ik van suiker ben, heb ik Linda voorgesteld om het beloofde bier bij mij thuis te komen drinken. Gelukkig is Linda de beroerdste niet en stemde ze daarmee in. Het kwam helemaal goed. Op naar de volgende 99 columns. Gezondheid!


0 reacties

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.