Het schijnt dat er een nieuw jaar is begonnen. Een nieuw decennium zelfs. Het is januari 2020 en ik kijk verdwaasd uit het raam. Als de eerste twee weken van dit decennium symbool staan voor het vervolg, kan ik me schrap zetten. Nadat ik eind 2019 afscheid nam van mevrouw Plantsoen, kondigden de Roaring Twenty-Twenties zich aan met een plotselinge val, botbreuken, een longontsteking en het daaropvolgende overlijden van mijn lieve schoonvader.

89 jaar was hij, en hij had zich al eens hardop afgevraagd of hij de 90 wel zou halen. De laatste jaren eiste lichamelijk verval al zijn tol. Hart, longen en darmen waren zwakke plekken. De benen wilden niet zo soepel meer, het lopen werd schuifelen. Eenmaal in het ziekenhuis probeerde hij het nog even: te herstellen, zoals hij altijd had gedaan. Maar met zuurstofslangetjes in zijn neus, een gebroken schouder en een been in het gips moest hij opgeven. Het ging niet meer.

Op de Intensive Care stonden zijn vrouw, kinderen, schoondochter en kleinkinderen rond zijn bed. Met een lach en een traan hebben we daar samen gestaan. Het was alles wat hij wilde, op dat moment. Tot op zijn laatste avond maakte hij nog grapjes en voelden we ons geliefd en welkom bij hem, terwijl de morfine hem langzaam verdoofde. We voelden samen aan dat iets heel verdrietig, maar ook goed kan zijn. Zaterdag 11 januari werden we ’s morgens vroeg uit bed gebeld. Mijn vriend nam op en hoorde dat zijn vader overleden was.

Na het bezoek aan zijn lichaam in het ziekenhuis begon het regelen. De uitvaartverzekering werd ingeschakeld. Hij zou thuis opgebaard worden, zoals hij zelf graag had gewild. Een kordate dame kwam op bezoek om alles door te spreken. Er kwam een kerkdienst, met muziek en teksten die hij zelf had uitgekozen. Hij had nog net de preek niet geschreven, glimlachte de dominee. Rouwkaarten, een kist, een graf, bloemen, koffie en thee, broodjes met beleg en telefoontjes aan de vleet. De dagen vlogen voorbij; samen bevonden we ons in een tijdloze bubbel. Er heerste een vermoeid maar dankbaar gevoel: hij heeft niet lang geleden, we hebben afscheid genomen, hij zou het mooi hebben gevonden. De begrafenis was prachtig.

2020 gaat van start met een mooi mens minder. Mijn schoonvader, die me zo’n warm welkom gaf in de familie. Die al zo veel had overwonnen in zijn leven en zo veel mensen had geholpen en geïnspireerd. Een zorgzame, attente man die gék was op zijn vrouw, nog altijd na zo’n 60 jaar. Een vader vol grapjes en aandacht, die écht wilde weten hoe het met je ging. Een opa met een luisterend oor en een arm om je schouders, die zo graag een lekker wijntje dronk. De Franse kaasjes presenteerde hij met de kaasplank-dans. Ik heb hem nog mee mogen maken. Dankbaar draag ik de herinneringen met me mee het nieuwe jaar in.

De mensen van voorbij
zij blijven met ons leven.
De mensen van voorbij
ze zijn met ons verweven
in liefde, in verhalen,
die wij zo graag herhalen,
in bloemengeuren, in een lied
dat opklinkt uit verdriet.

De mensen van voorbij
zij worden niet vergeten.
De mensen van voorbij
zijn in een ander weten.
Bij God mogen ze wonen,
daar waar geen pijn kan komen.
De mensen van voorbij
zijn in het licht, zijn vrij.


~ Uit “De mensen van voorbij” van Hanna Lam


0 reacties

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.