Mevrouw Plantsoen is niet meer. Ruim anderhalf jaar geleden kreeg ze te horen dat ze ongeneeslijk ziek was. Slokdarmkanker. Bang was ze niet; toen ze hoorde dat haar einde nabij was, had ze twee wensen. Eén: dat ze nog een beetje tijd kreeg zodat de mensen om haar heen aan het idee konden wennen dat ze zou overlijden. Twee: dat ze in het laatste deel van haar leven nog anderen kon inspireren en angst voor de dood kon wegnemen.

Hoewel ik na een ruim jaar in de thuiszorg wel genoeg had van het vervelende poetswerk en steeds minder cliënten had, wilde ik nog geen afscheid van deze bijzondere dame nemen. Toen ze ziek werd beloofde ik daarom dat ik bij haar bleef tot het eind. Als ik zeg dat ik geen superhuisvrouw ben zal ze het met me eens zijn. Maar altijd als ik klaar was met poetsen, zette ik twee kopjes thee en kletsten we nog wat na. Dat ging al snel niet alleen over het huishouden, maar over haar leven als non en later sociaal werkster, masseuse en therapeut; wat ze allemaal heeft gedaan voor haar naasten en mensen in nood; hoe ze ten strijde trok tegen onrecht, ook als anderen dachten dat het een verloren zaak was, zoals het plantsoentje in haar straat. En als ik ergens mee zat, kon ik dat met haar bespreken. Ze had alles al meegemaakt: van verkoudheid tot existentiële crisis, en deelde graag haar ervaringen en remedies.  

Toen ik haar ook ging helpen bij het uittypen van haar levensverhaal ging ze me zien als een vriendin. Hoewel haar lichaam al oud en versleten was bleef ze onverminderd helder van geest, betrokken en optimistisch, en accepteerde ze alles volledig. Zelfs de dood ging ze met nieuwsgierigheid tegemoet. Door de kanker in haar maag kon ze steeds minder eten en de laatste twee maanden dronk ze alleen nog maar water. “Als het niet gaat zoals het moet, dan moet het maar zoals het gaat,” zei ze vaak. Ik hoop dat ik half zo wijs ben als ik 80+ ben.

Ze praatte vaak hardop. In het begin dacht ik dan dat ze tegen mij sprak, maar later begreep ik dat ze tegen haar beschermengel praatte. Elkios, noemde ze hem: God voorziet. Op hem vertrouwde ze altijd en hij had haar al meerdere malen voor ongelukken behoed. Zijn aanwezigheid zorgde ervoor dat ze nooit eenzaam was. Ze was religieus op een eigen wijze manier: ze mengde de mystieke kant van het katholicisme met het boeddhisme en spiritualiteit. Al van kinds af aan had ze heimwee naar “huis”; ze herinnerde zich vorige levens en vertelde overledenen vastberaden om naar het licht te gaan en niet te gaan rondspoken hier op aarde.

90 jaar werd ze en ze was er helemaal klaar voor. Een nicht belde op en wenste haar een goede reis. De dokter kwam en haar geliefden namen afscheid. Ik pakte haar hand en bedankte haar voor wat ze voor me betekend heeft, maar ze kon al niet meer praten. Ze mocht eindelijk naar huis.


1 reactie

Igor · 30 december 2019 op 17:14

Mooi verteld Linda. Sterkte.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.