Schrijvers gaan dood. Het zijn net mensen. Een recent slachtoffer van de tijd is Remco Campert (1929-2022). Een schrijver die ook cursiefjes en columns schreef. Zijn columns moet ik vroeger af en toe gelezen hebben in de Volkskrant, omdat mijn ouders die hadden en ik hun krant las toen ik als student vanuit Nijmegen mijn ouders in Arnhem bezocht. De dood van Remco Campert doet me er aan denken dat ik weinig van hem gelezen heb. Zo heb ik volgens mij geen enkel gedicht en geen enkele roman van zijn hand gelezen. En dat is helemaal niet erg, want wie schrijft die blijft: de boeken liggen voor het oprapen.

Er zijn meer schrijvers die ik pas na hun dood echt ontdekt heb. De columns van Martin Brill las ik vooral in zijn verzamelde werken, nadat hij al overleden was. Hetzelfde geldt voor de in 2021 overleden schrijver van zeer korte verhalen, A.L. Snijders. Ik kende hem tot dat moment alleen van stukjes die hij voor de VPRO-gids schreef. En net zoals ik de Volkskrant vroeger bij mijn ouders las, lees ik nu de VPRO-gids als ik bij mijn vader op bezoek ben. Hij deed me de bundel Tat Tvam Asi (Dat Ben Jij in het Sanskriet) cadeau nadat de heer Snijders overleden was. Momenteel lees ik daar met tussenpozen in, naast andere boeken.

Zijn stukjes toveren altijd een glimlach op mijn gezicht en inspireren me om zelf nog meer te schrijven. Vanwege de originele observaties, de komische toon en een nonchalant vakkundige schrijfstijl. Wat ik ook leuk vind, is dat Snijders regelmatig citeert uit werk dat hem inspireert. Dat kunnen stukjes uit romans of opstellen zijn, maar vaak is het poëzie van dichters uit het middeleeuwse Midden-Oosten of de Chinese oudheid. Of gewoon van een Nederlander die in de twintigste eeuw leefde, zoals Jan Hanlo. Erg mooi. Verder was hij een meester in het bedenken van openingsalinea’s die prikkelen om verder te lezen:

“Mijn vriendin kent me niet, want het is acht dagen geleden dat we elkaar voor het eerst ontmoetten.” (Kleine Hamers, in: Tat Tvam Asi, p. 108)

“De villa ligt met haar rug naar het bos, haar tijden van glorie zijn voorbij. De deftige mensen zijn vertrokken, de deur is op slot, maar het slot is verbroken.” (Niets en Nergens, in: Tat Tvam Asi, p. 149)

“Ik ben in ernstige verlegenheid gebracht door de regering en de boswachters. De regering wil mijn auto verbieden, de boswachters willen zich met mijn katten bemoeien.” (Dispensatie, in: Tat Tvam Asi, p. 230)

Wie schrijft die blijft.


0 reacties

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.