Bij ridders denken de meeste mensen aan blinkende figuren op grote paarden die elkaar te lijf gaan. Soms met lansen omringd door een juichende menigte tijdens een toernooi, terwijl overal vrolijk gekleurde vlaggen wapperen. Soms tijdens een bloedige veldslag om lijf en land te verdedigen. En ook een gevecht met een draak hoort erbij. Al wordt het dan wel snel te heet in dat harnas.
Verder horen ridders bij de archetypes (naast cowboys en indianen) die uitgebeeld worden door spelende en vechtende jongetjes. Zo’n jochie was ik ook. Ik maakte ooit kennis met ridderverhalen via drie vrouwelijke verhalenvertellers: Thea Beckman, Rosemary Sutcliff en Tonke Dragt. Om met de laatstgenoemde, die iets meer dan 1 week geleden op hoge leeftijd overleed, te beginnen. De avonturen van ridder in spe Tiuri in de Brief voor de Koning deden mijn jongenshart sneller kloppen. De rode ruiters en zwarte ridders uit dit boek figureerden om die reden veelvuldig in de verhalen die ik als jongetje zelf speelde met behulp van Lego.
De Engelse schrijfster Rosemary Sutcliff bracht mij in aanraking met de verhalen over de legendarische koning Arthur en zijn ridders van de ronde tafel. De heldhaftige maar tragische ridder Lancelot, de dappere Gawain (in het Nederlandse taalgebied ook wel bekend als Walewein) en de kwaadaardige zoon van Arthur die zijn vader ten val bracht: Mordred. Dankzij deze versies van de Arthurverhalen kon ik de komische variant op deze mythes door Monty Python die ik later zag extra waarderen, omdat ik de context al kende. Monty Python and the Holy Grail blijft een hilarische film die ik iedereen zou aanraden.
Toen ik een jaar of tien was, leerde ik de middeleeuwen kennen via de ogen van Thea Beckman. Met name in de boeken Kruistocht in spijkerbroek en haar trilogie over de Honderdjarige Oorlog tussen Engeland en Frankrijk: Geef me de ruimte, Triomf van de verschroeide aarde en Het rad van fortuin. Bertrand du Guesclin, die tegen de Engelsen vocht zal ik niet snel vergeten. Deze heldhaftige Franse veldheer van bescheiden (niet-adellijke) komaf was nobeler en dapperder dan menig omhooggevallen ridder.
Thea Beckman schreef ook een boek over de vrouw van Jan van Schaffelaar: Hasse Simonsdochter. Dit boek las ik als kind. De manier waarop de in het nauw gedreven Jan om het leven kwam maakte indruk. Verder figureerde in dit boek de beroemde klokkengieter Geert van Wou. Hij komt ook voor in een column die ik eerder op Schuinschrijvers publiceerde.
Mijn voorganger als straatnamencoördinator van de gemeente Nijmegen schreef het raadsvoorstel voor de Geert van Woutrappen (die naar de Sint-Stevenskerk leiden) dat de raad in 2017 aannam. Tot mijn vreugde mocht ik ongeveer een jaar later het voorstel voorbereiden waarmee op 10 oktober 2018 in de Nijmeegse buurt Grote Boel, waar de straten genoemd zijn naar internationaal bekende schrijvers, het Thea Beckmanpad een feit werd. Wie weet is er in de toekomst nog ergens een plekje voor Tonke Dragt.
2 reacties
Wim · 23 juli 2024 op 10:44
Ik weet nog heel goed Tim dat ik met jou in Arnhem door het park liep met jou in je ridderpak inclusief je stoere “ridderzonnebril”.
We hadden het toen ook over heksen.
Ik legde je uit hoe die heksen er uit kunnen zien.
Op de terugweg naar huis kwamen we een oudere dame tegen waarop jij toen zei “die mevrouw lijkt echt op een heks, hè Wim?”😁
admin · 28 juli 2024 op 15:02
Hoi Wim,
Wat leuk! Dat weet ik niet meer. Bedankt voor de herinnering.
Groet,
Tim