De Ig Nobelprijs was vorige week in het nieuws. Deze parodie op de Nobelprijs is bedoeld om te lachen, maar ook om je aan het denken te zetten. Ik kende de prijs alleen van een zwevende kikker. Google vertelt me dat het al weer twintig jaar geleden is dat die de prijs kreeg en dat het bijbehorende onderzoek plaatshad in het magnetenlab van de Radboud Universiteit Nijmegen, mijn alma mater.

De Ig Nobelprijs ging dit jaar onder andere naar een onderzoek dat hoogleraar Psychiatrie Damiaan Denys samen met zijn team uitvoerde aan het Amsterdam UMC-UvA. Zij brachten een ernstige psychiatrische aandoening in kaart die luistert naar de naam misofonie. Mensen die aan deze stoornis lijden kunnen niet tegen bepaalde geluiden van andere mensen zoals smakken, snurken of zelfs ademhalen. Nu hebben we allemaal wel eens last van onsmakelijke mensengeluiden, maar mensen met misofonie storen zich zodanig aan dat soort geluiden dat ze er moordneigingen van krijgen. Misofonie-lijders kunnen net zo goed tegen geluiden als dichter Jules Deelder tegen witte kleding kon. Het doet me ook denken aan de uitspraak van schrijver en filosoof Jean-Paul Sartre: “De hel, dat zijn de anderen”. Hij weigerde trouwens in 1964 de Nobelprijs voor literatuur, omdat hij die te burgerlijk vond.

Ik heb gelukkig zelden last van moordzuchtige neigingen vanwege geluid. Al stel ik het op prijs dat mijn buren midden in de nacht geen harde muziek aanzetten, geen urenlange, door alcohol ingegeven filosofische gesprekken voeren of regelmatig ruige seks hebben tegen de te dunne muur. Verder heb ik geen stoornissen als het om geluiden gaat, behalve dan ‘mugofonie’: het gezoem van muggen in de nacht maakt me krankjorum. Mijn weerzin om me te laten steken heeft tot gevolg dat ik niet slaap tot ik de zeurende mug in kwestie heb verpletterd. Daar heb ik ooit al een column over geschreven.

De Ig Nobelprijs voor het onderzoek naar misofonie heeft me aan het denken gezet. Wat zijn er nog meer voor nare aandoeningen die tegelijkertijd (vooral voor de mensen die er niet aan lijden) grappig zijn? Beelden van de foute komedie Deuce Bigalow: Male Gigolo springen op mijn netvlies: van een vrouw die moeite heeft met daten omdat ze vanwege haar narcolepsie op de meest ongepaste momenten in slaap valt en van een vrouw die, telkens als haar Gilles de la Tourette zijn kop op steekt, iedereen verrot scheldt.

Dat spontane schelden spreekt natuurlijk tot de verbeelding, maar de tics van Gilles de la Tourette kunnen allerlei vormen aannemen. Van het herhalen van zinnetjes tot dwangmatig gekke bekken trekken. Hopelijk komen de mensen met Tourette en met misofonie elkaar nooit tegen. Dan zouden er wel eens klappen kunnen vallen. Of stel je voor dat je het allebei hebt… Dát zou pas een hel zijn.

Zouden er ook ‘touretters’ zijn met als actieve tic het willekeurig spuien van rijmpjes en gedichten? Wat als iemand in de rij bij de bakker ineens een gedicht uitspuwt, met een Rotterdams accent zoals dat van Jules Deelder? Dat zou ik wel mooi vinden.

“Zijn bolletjes
altijd snolletjes?

Wast Robijn,
nog steeds zo zwart en fijn?

Rare vogel in de nacht,
zingt uit volle macht,
over de vlinder van de pracht.
Tot de wekker ging,
van ring, ring, ring,
deed hij zijn jazzy ding!”

Als deze versie van Gilles de la Tourette ooit ergens aangetroffen wordt (ik zou hem zoeken onder Nederlandstalige rappers) pleit ik voor Ig Nobelwaardig onderzoek. Met toeters en bellen. En dan noemen we die variant Jules de la Tourette!


0 reacties

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.