Voor kennis over geschiedenis moet je niet bij mij zijn, maar bij Tim. Die weet je alles te vertellen over Market Garden, de Oversteek en alles wat er verder kwam kijken bij de bevrijding, 75 jaar geleden. De herdenking van Market Garden die afgelopen week plaatsvond ging grotendeels aan me voorbij. Wel zag ik de gevechtsvliegtuigen laag over Nijmegen en omgeving vliegen en zag ik dat er allerlei indrukwekkende recreaties van de bevrijdingsacties plaatsvonden. Toch was het niet de landing van bejaarde parachutisten, de ontroerende Sunset March over de Waal, of het NOS-bevrijdingsjournaal dat mij deed beseffen dat de vrijheid en veiligheid in ons land gevierd en gekoesterd moet worden.

Toen ik zaterdag onder de bomen in het bos stond toe te kijken hoe Rob en Bella de oefeningen van de hondentraining uitvoerden, schudde een windvlaag tientallen eikels uit de eikenboom boven mijn hoofd. Eén van die eikels kwam hard op mijn hoofd terecht. Met tranende ogen en een grimas die de pijn probeerde te verbergen betastte ik de zere plek.

Er was onmiddellijk een eikelvormig bultje verschenen op de plek van de aanslag. Toen ik mijn hand terughaalde, zag ik bloed aan mijn vingers zitten. Ik keek om me heen. Waarschijnlijk was alleen de hoofdhuid lichtjes beschadigd, en viel het wel mee met de hoeveelheid bloed, maar toch wilde ik bij die verraderlijke eikenboom weg. Een stukje verderop stond een bankje met drie mensen erop. Boven hen torende een vriendelijke beukenboom, die zijn noten nog stevig vasthoudt. Ik maakte contact met de man die het dichtst bij mij zat terwijl ik erheen liep. Ik vertelde wat mij zojuist overkwam, waarop de vrouw naast hem een zakdoekje tevoorschijn haalde voor mijn “hoofdwond”. Het was niet nodig, het bloed droop niet door mijn haar. Het drietal schoof op en ik kon nog net naast ze plaatsnemen op het bankje. Gemoedelijk keken we toe hoe Bella en haar hondenvriendjes de les volbrachten.

Later die dag wandelde ik door het Nijmeegse stadscentrum toen ik een slakkenhuisje onder mijn schoen voelde kraken, het stevige en slijmerige lijfje plettend met mijn onoplettende voetstap. Nijmegen is dan wel bevrijd en niet langer een frontstad, maar voor kleine kruipers zoals deze slak blijft elke beweging in de buitenlucht een risico. Elk moment kan er een luchtaanval plaatsvinden. Is het geen vogel met honger of een speelse kat, dan is het wel een dikke plateauzool van een menselijke wandelaar.

In tegenstelling tot de slakken en insecten onder ons komt voor mensen in Nederland het gevaar al 75 jaar niet meer uit de lucht. We hoeven niet langer angstig de hemel af te speuren om vijanden aan te zien komen, of bommen en granaten te ontwijken. We kunnen weer om ons heen en naar beneden kijken, om te zorgen voor elkaar en degenen die kleiner zijn dan wij. Maar kijk uit voor eikels. Die komen nog altijd van boven.


1 reactie

Hennie Verkerke · 23 september 2019 op 10:26

Weer heel irigineel, Linda. Zowel het verhaal als jouw gedachten, die eraan vooraf gingen.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.