Vorige week maakte ik me nog niet zo’n zorgen over het Coronavirus. Mijn vriend en ik waren een weekendje in Zeeland om een vriend op te zoeken en mijn vriend voelde zich niet zo lekker. Er waren toen pas een paar Corona-patiënten in Nederland bekend en we maakten er grapjes over. “Man verspreid Coronavirus eigenhandig door heel Nederland.” We zagen de koppen al voor ons. Toen hij naast lichte hoofdpijn ook wat verhoging leek te hebben, begon ik toch wel te twijfelen. Het zou toch niet waar zijn…?

Het idee van zo’n virus, of iets anders, dat de hele samenleving op z’n kop zet vond ik eigenlijk wel opwindend en interessant. Want hoe pakken we dat dan aan? Als iedereen met griep in bed ligt, thuiswerkt of werkloos raakt, komen we er dan eindelijk achter wat er écht belangrijk is in het leven? Merken we dat de wereld toch wel doordraait als alle managers, CEO’s en kantoormedewerkers van de werkvloer verdwijnen, zolang er maar zorgpersoneel, schoonmakers en voedselproductie- en distributie bestaan?

En verschijnt in zo’n crisissituatie dat magische fenomeen dat Rutger Bregman omschreef, dat in tijden van nood het beste in mensen naar boven komt? Je hoort altijd van die mooie verhalen van mensen die elkaar helpen in nood. Verzetstrijders, inzamelacties, sponsorlopen, strijdkreten: deze verbindende, liefdevolle daden ontstaan logischerwijs pas als het echt nodig is: in nood. Zelfs een zelfverzonnen noodsituatie, zoals een internationale voetbalwedstrijd, heeft die verbindende eigenschap. Gebroederlijk zit heel Nederland de oranje leeuw(inn)en toe te juichen als het erop aankomt. Ja, zoiets zag ik wel voor me. Gezellig samen op de bank.

Fascinerend is de reactie op het virus in Nederland zeker. Mark Rutte licht de richtlijnen van het RIVM toe. Eerst lacherig en onhandig, een beetje zoals ik, vorige week. Handen schudden? Dat doen we dus niet meer. Ik volgde het graag op, maar genoot stiekem ook van de humoristisch onhandige elleboogstoten, namasté-groeten en schoenzoenen die het handschudden en wangzoenen vervingen. Maar afgelopen week werd het menens. De richtlijnen werden strenger en de noodzaak drong, samen met het virus, verder door in de samenleving. De argwaan die altijd al heerst ten opzichte van de overheid, laait ook nu weer op.  

In eerste instantie overheerste naar mijn idee de vraag: wordt ons nu onterecht angst aangejaagd? Wat is er waar en wie kunnen we geloven? Daarna volgden de mensen die het tegenovergestelde denken. Neemt de overheid het wel serieus genoeg? Moeten we niet direct alle scholen sluiten? Die vraag werd gisteren beantwoord: ja, dat moet. En om alle twijfel maar meteen de kop in te drukken sluiten per direct ook alle horecagelegenheden, sportclubs, sauna’s en seksclubs. Voor het geval dat daar nog iemand zin in had.

Steeds meer mensen werken thuis, sociale én zakelijke afspraken worden afgezegd, cursussen, bijeenkomsten en projecten worden stilgelegd. Opa’s en oma’s moeten het voorlopig zonder bezoek doen. Sommige mensen schieten in een ‘ikke-ikke-ikke-stuip’. Supermarkten worden leeggehamsterd alsof de zeven plagen van Egypte in aantocht zijn, terwijl er geen sprake is van een voedsel – laat staan wc-papier – tekort.

Ik kan me er wel wat bij voorstellen dat mensen bang zijn. Vooral sinds mijn vriend toch alweer een week ziek thuis is met lichte verhoging en een vervelende hoest, en hij mij natuurlijk ook heeft aangestoken. Afgelopen week steeg mijn lichaamstemperatuur ook naar de 38,2°C. Gelukkig was dat bij mij na één dag weer voorbij. Toch heb ik een paar dagen met lichte hoest en een vermoeid, pijnlijk lijf op de bank en in bed doorgebracht, gezellig samen met mijn vriend. Deze column typ ik met mijn voor het eerst weer opkomende en nog altijd schaarse krachten. Ik zorg dat ik in huis blijf – al is het maar om kopjes thee voor mijn vriend te zetten – behalve als ik Bella uit moet laten, wat toch echt moet gebeuren; en gepland contact met anderen zeg ik af totdat ik minstens een dag klachtenvrij ben. Wat ik en mijn vriend precies hebben (gehad) weten we niet (dat wordt niet meer getest), maar leuk is anders.

Het is te hopen dat na deze ingrijpende griepgolf een golf van naastenliefde en liefdadigheid ons land overspoelt. Dat er – net als in Italië – muziek gespeeld wordt vanaf balkonnetjes, en dat er wc-rollen over tuinschuttingen heen worden gegooid. Dat we met elkaar telefoneren, muurkloppen en Skypen tot we een ons wegen. En dat we net zo lang van elkaar weg blijven totdat we weten wat ook alweer het belangrijkste was: onze gezondheid, en omzien naar elkaar.


0 reacties

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.