Het sportcentrum is naast de trein een van mijn favoriete plekken om mensen te observeren én om te dagdromen. Een tijdje geleden liet ik mijn fantasie weer eens de vrije loop, terwijl ik op de arc trainer wat calorieën probeerde te verbranden.

De aanleiding was een imposante jongeman die mijn aandacht trok. Hij zou familie kunnen zijn van Jerommeke, de zwijgzame dommekracht uit Suske en Wiske. Met zijn bouw, baard en bakkes leek hij als twee druppels water. Het was in eerste instantie echter niet zijn uiterlijk dat mijn aandacht opeiste. Het was het geluid dat hij produceerde terwijl hij aan (ongetwijfeld) zware gewichten trok. Dit klonk alsof er op ieder moment iets aan beide kanten uit hem kon spuiten. In een kosmisch orgasme.

Gelukkig liet hij geen noemenswaardige vochtplekken achter toen hij opstond om een ander apparaat onder handen te nemen. Hij vroeg beleefd aan een kleine jonge vrouw of zij klaar was met de oefeningen waarmee ze haar triceps trainde. Dat was zo. Het viel me mee dat hij zo voorzichtig was, want in mijn hoofd had het heel anders kunnen aflopen. Wat als hij haar niet had opgemerkt en gewoon met de gewichten aan de slag was gegaan? Dan was zij als een soort Schanulleke gelanceerd en had ze voortaan deel uitgemaakt van de ballast waarmee hij zijn spierbundels oppompt.

Ik kom niet alleen levensechte stripfiguren in het sportcentrum tegen. Het overkwam me ook in de bus vanaf Arnhem onderweg naar Wageningen. Ik was onderweg naar een terras in de woonplaats van mede-schuinschrijver Linda, en Carlijn was er al. In de bus trof ik een man aan die een kruising was tussen een piraat uit de crew van Long John Silver uit Schateiland en Amerikaanse pelsjager en volksheld Davy Crockett. Zowel Long John Silver als Davy Crockett zijn in stripvorm vereeuwigd.

De man in de bus droeg een stuk stof in piratenstijl om zijn hoofd, had gouden ringetjes in de oren, een baardje in achttiende-eeuwse stijl met snor en gevaarlijk uitziende metalen ringen aan zijn vingers. In tegenstelling tot Davy Crockett droeg hij geen wasbeerstaart aan een bontmuts, maar had hij de trofee aan de riem van zijn broek hangen. Aan de achterkant. Hij kwispelde er nog net niet mee.

De piraat-pelsjager wist zijn natuurlijke neiging tot piraterij te onderdrukken en ik kwam veilig in Wageningen aan. Daar wachtten de Schuinschrijvers op mij met bier en pizza. Wij hebben lekker bijgepraat en vooruit gekeken. Tijdens de vakantieperiode heb ik ruimte gemaakt in mijn boekenkasten én mijn hoofd door te ordenen en op te ruimen. Veel van mijn strips zijn de deur uit en dat is maar goed ook, want stripfiguren lopen gewoon op straat rond.


0 reacties

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.