Oh moeder, wat is het heet. Dat is de Nederlandse titel van een Engelse comedyserie uit de jaren zeventig over Britse soldaten die tijdens de Tweede Wereldoorlog een theatergroep (!) vormen in Brits koloniaal India. Een serie die oorspronkelijk It ain’t half hot mum heet. De afgelopen weken was het zo heet in Nederland, dat we die zwetende Britten naar de kroon steken.

Rubberen sandalen worden in de zon zo heet dat je ze moet afblussen of uitdoen, je kunt een ei bakken op je motorkap en alles wat groen was, wordt geel en bruin. Al zag ik wel tractoren rijden met enorme watercontainers erop, van waaruit via een slang water vloeide op de plekken waar de wortels van bomen en bermen de grond ingaan. Egeltjes en vogeltjes kunnen ook wel wat hulp gebruiken in de vorm van bakjes water in de tuin. Onlangs trof ik een dorstige sprinkhaan aan op een terrastafel. Hij deed zich tegoed aan gemorst bier. De felgroene rakker zag er goed uit voor een alcoholist.

Persoonlijk zoek ik de hitte niet op. Die vindt mij toch wel. Hoe goed ik me ook verstop in de kelder. Het liefst lig ik overdag in mijn vrieskist. Lekker tegen de ijsjes, een voordeelzak erwtjes en een geil bevroren kip aan. Ik snuif met volle teugen ijskristallen in en nies dan weer droogijs uit. Met mijn mond blaas ik kringelende koolstofringetjes in vormen die lijken op de rooksignalen die tovenaar Gandalf in Lord of The Rings maakt met de inhoud van zijn pijp.

Vroeg of laat moet je wat gaan doen en dan is het gewoon weer heet. En dan heb ik het nog niet eens over naar buiten gaan in de zon gehad (behalve over die hete sandalen, dat ei en het gras dat niet langer groen is). De spiegel vertelt mij daarna dat ik verbrand ben. Onregelmatig. Alsof de koperen ploert zijn vurige handen om mijn nek heeft gelegd in een poging om me te wurgen. Ik slaagde er echter in om me los te rukken. Voordat ik helemaal vrij was, greep de zon me bij mijn linkerpols en liet een rode afdruk achter. De volgende keer smeer ik me nog beter in.

Ondertussen hou ik het hoofd koel. Met bier, ijs en water. Veel water. En coole films. Films met zonnebrillen. Zoals die van Neo, die ene, en Morpheus, die andere, in The Matrix. Die zijn zo cool dat de zon een bril opzet om hén te weren. Verder denk ik aan de films van Quentin Tarantino. Django Unchained Jackie Brown. Inglourious Basterds Kill Bill. Death Proof bewijst dat vrouwen cool en heet tegelijkertijd kunnen zijn. De Hateful Eight hebben het eerder koud dan heet. Het is allemaal Pulp Fiction. De Reservoir Dogs snauwen:  “I need you cool. Are you cool?” … “I am cool.”


0 reacties

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.