Het is oudejaarsdag en ik ben op weg naar mijn vader. De trein wiegt me comfortabel heen en weer. Aan de andere kant van het gangpad zit een gezinnetje. Vader met donkerblond haar, moeder met zwart haar en twee blonde jongetjes. De kinderen zijn allebei bezig op tablets die beschermd worden door stevige rubberen randen. “Mag ik dan in jouw wereld?”, vraagt het jongste kind aan zijn broer. “Bijna. Ik ben nog niet klaar.”
De jongen heeft een wereld in zijn tablet. Een wereld die hij zelf kan maken. Vol monsters, elfjes en gnomen, stel ik me zo voor. Of planten en beeldschone bloemen. Niet iedereen heeft zo’n bloeddorstig jongensbrein als ik had. In mijn kinderfantasiewereld sloegen ridders zonder aarzelen monsters de kop af met blinkende zwaarden. Een beetje zoals de hoofdpersoon in de Netflix-serie The Witcher die voor de kerst uitkwam. Heel herkenbaar.
Als kind amuseerde ik me ook met andere werelden. Voornamelijk de werelden die in boeken te vinden waren. Om die tot leven te brengen heb je namelijk je eigen fantasie nodig. In je verbeelding kun je die toren waarin een prinses onterecht zit opgesloten zo hoog maken als je zelf wil. Wel kan een boekverfilming daarom soms tegenvallen, of verrassen. Toen ik voor het eerst The Lord of The Rings zag had ik bijvoorbeeld moeite met de enorme behaarde voeten van de Hobbits. Ja, ik wist wel dat er haar op zat dankzij de beschrijvingen in het boek, maar tijdens het lezen had ik me geen voeten als Big Foot voorgesteld. Zelfs als dingen duidelijk beschreven worden, kun je er als lezer voor kiezen om dat helemaal anders te interpreteren. Ieder zijn waarheid.
Veel van wat ik las als kind wilde ik vervolgens ook echt tot leven wekken. Met lego verbeeldde ik mijn eigen versies van de verhalen die ik las. Daarbij was ik niet echt een bouwer. Ik bouwde slechts net genoeg aan muren om duidelijk te maken dat het een fort of kasteel was. Het decor. Vervolgens liet ik de poppetjes dansen langs de lijnen van mijn verhalen. Beperkingen van de uitrustingen die mijn legomannetjes hadden loste ik creatief op. Als ik een rode ridder nodig had, terwijl ik alleen over grijze en zwarte helmen beschikte, kleurde ik simpelweg een grijze helm rood met een stift. Als ik pistolen wilde, gebruikte ik de handvatten van gebroken ridderschilden. Daar waren er genoeg van omdat die schilden regelmatig door mij en anderen kapot gelopen werden. Ik stalde mijn lego namelijk graag op onhandige plekken uit. Het tapijt in de woonkamer was gras, de stoelpoten van de stoelen die rondom de eettafel stonden waren bomen.
De jongen in de trein heeft zijn wereld af. Zijn broertje mag er eindelijk in. Hij moet alleen eerst verbinding maken met de wifi van NS. Ik neem mij voor om in 2020 het voorbeeld van de kinderen te volgen en weer veel te lezen en te schrijven. Dan mogen jullie in mijn wereld.
1 reactie
Madelon Schlief · 6 januari 2020 op 15:45
Wat leuk dat we in 2020 weer mogen meekijken in jouw creatieve wereld 🙂