Begin maart beleefde ik mijn eerste lentemomenten van dit jaar. Die vonden plaats rondom het LIMOS-terrein in Nijmegen. Daar bevindt zich onder andere de Prins Hendrikkazerne. Tegenwoordig is het een asielzoekerscentrum, maar het begon zijn bestaan als opleidingscentrum van de zogenaamde Koloniale Reserve. Hier werden reservetroepen voor het Oost-Indische leger, later bekend als het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL), geworven en getraind. Ik werd hier vanwege mijn historische kennis over dit onderwerp geïnterviewd door Omroep Gelderland, in het kader van een documentaire over sporen van Nederlands-Indische geschiedenis in Gelderland.
Op de dag dat ik geïnterviewd werd, roerde maart zijn staart. Het was een waterkoude dag waarop het ieder moment kon gaan regenen. Nadat ik tussen de buien door min of meer droog op de plek van bestemming was aangekomen, maakte ik kennis met de crew. Gelukkig mocht ik mijn verhaal binnen in de kazerne houden. Het verliep allemaal relaxed en ik ben benieuwd naar het eindresultaat. Ik krijg daar nog bericht over.
Tussen de opnames door kreeg de cameraman de lente in zijn bol. Hij lanceerde de anekdote dat Prins Hendrik (de man van Koningin Wilhelmina) de gewoonte had om tijdens zijn verblijf in Winterswijk in zijn blote piemel rond te paraderen. Daar moest ik om lachen, maar ik moest hem teleurstellen: dat verhaal kon ik niet bevestigen. Wel is bekend dat Prins Hendrik een slecht huwelijk had en waarschijnlijk wel “schuinsmarcheerder van Oranje” genoemd zou kunnen worden. Of hij in Winterwijk al in de lente zijn jongeheer de vrije loop liet of dat hij dat liever in de zomer deed, is mij niet bekend.
Een paar dagen later, in het weekend, had ik een repetitie met het popkoor waarin ik zing (Popolo), in voorbereiding op het grote concert dat we in oktober geven. Het wijkcentrum waar we deze extra repetitie hadden was in de buurt van het LIMOS-terrein. Nadat we hard gewerkt hadden, gingen we die avond samen eten in een restaurant dat zich ook op dat terrein bevindt. Het restaurant maakt deel uit van de Krayenhoffkazerne en heet toepasselijk In de Kazerne. Tijdens het eten raakte ik om redenen die ik mij niet kan herinneren in gesprek met mijn tafelgenoten over moestuinen en hoe de lente daar haar intrede doet. De jonge vrouw die naast me zat had er blijkbaar een. Ze zei dat “haar courgettes groeiden als kool.” Ik verslikte me bijna in mijn bier van het lachen.
De lente is een verwarrende tijd, met als hoogtepunt de dag nadat de zomertijd ingaat. Terwijl op 1 maart de meteorologische lente van start gaat en de astronomische lente dit jaar op 23 maart inging, stormde de zomertijd er op 26 maart alweer achteraan. De zomertijd betekent echter niet het begin van de zomer. Het is meer een soort jetlag die na een paar dagen meestal wel weer wegtrekt.
De dag dat de zomertijd was ingegaan had ik ’s avonds een filmquiz in een café in het stadscentrum. Ik fietste er tussen 19.00 en 19.30 naartoe en er viel me iets op. Ik werd om de haverklap bijna van de sokken gereden door gestreste maaltijdbezorgers op hun levensgevaarlijke geluidloze elektrische scooters. Maar etenstijd is in Nederland toch nog steeds rond 18.00 uur? De verklaring lijkt me duidelijk: de magen van de eters waren nog niet gewend aan de zomertijd. De honger, slaap en lentekriebels kwamen een uurtje later.
Mijn ultieme lentemoment was toch wel toen ik las over de ontsnapte witte kangoeroe die de omgeving van Ede onveilig maakt. Dat dier is net een uit de kluiten gewassen haas. Ik denk dat hij zich pas laat vangen op het moment dat hij alle paaseieren verstopt heeft. Lang leve de lente.
0 reacties