Afgelopen woensdag begon met een goed getimede lekke band. Ken je dat? Een goed getimede lekke band? Waarschijnlijk niet. Meestal is een band namelijk lek op een moment dat het niet goed uitkomt. Halverwege een fietsvakantie, onderweg naar je werk, ’s avonds laat als je nog naar huis moet, dat soort momenten. Maar dit was een ander soort dag!

Omdat ik donderdag met mijn zusje een fietstocht naar mijn opa en oma in Didam zou maken, zo’n 40 km vanaf Nijmegen, had ik voor woensdag een afspraak gemaakt bij de fietsenmaker, om het één en ander te laten repareren. Eén zo’n stangetje dat van de voorwielas naar het spatbord loopt, was in de loop van de afgelopen maanden verdwenen, of eraf geroest, en het stangetje aan de andere kant van het wiel liet ook al los en rammelde irritant tegen mijn voorwiel bij het fietsen. Toen ik mijn fiets woensdagochtend naar haar afspraak met de fietsenmaker wilde brengen, ontdekte ik die lekke achterband. Een beter moment bestaat er bijna niet, als het dan toch moet gebeuren.

Bij het afleveren van de fiets bekeek de fietsenmaker de band en voorspelde dat de buitenband wellicht vervangen zou moeten worden. Ik had de bandenspanning weer eens niet goed in de gaten gehouden. “Nou ja, als dat moet, dan moet het”, zei ik dapper. Toen ik woensdagavond de fiets weer ophaalde waren de achterste binnen- en buitenband en de stangetjes aan het voorwiel vervangen én de missende spaken in mijn achterwiel aangevuld. De fiets kan er weer even tegenaan.

Na de lunch op donderdag vertrokken mijn zusje en ik van huis. Google Maps liet zien dat de tocht 1 uur en 53 minuten zou duren. Via Bemmel, Gendt en Doornenburg kwamen we bij een pontje uit, waarmee we de Rijn overstaken naar Pannerden. De stem van Google Maps, door mijn zusje “Sofie” genoemd, sprak mijn zusje kordaat toe door haar koptelefoon. “Over 400 meter linksaf”, “Neem op de rotonde de derde afslag” of “Neem een flauwe bocht naar links en ga dan weer naar rechts”. Dat laatste betekende in de praktijk meestal gewoon “Volg de weg” of “Ga rechtdoor”. Soms was Sofie in de war en zei ze iets als “Ga linksrechts”. Dan stapten we van onze fiets af, want je weet maar nooit of de Pannerdense veldwachter om de hoek klaarstaat met zijn bonnenboekje om appende fietsers aan te houden, en keken op onze smartphone naar de kaart om te zien waar we heen moesten.

Ergens tussen Aerdt (ja, je komt nog eens ergens) en Zevenaar ging er iets mis, want door enkele wegwerkzaamheden kwamen we op een binnendoor-route door wijken terecht die ons een aardige omweg bezorgde. Hoewel ik mijn opa aan de telefoon op het hart had gedrukt dat we “rond 3 uur” bij hen zouden zijn, maar dat het ook wel eens iets later kon worden, werden we om tien over drie gebeld waar we bleven. “Ja, we zijn een beetje verdwaald”, verklaarde mijn zusje. “We zijn nu in Zevenaar en zijn in een half uurtje bij jullie.”

Ach, uiteindelijk zijn we na ruim 2,5 uur fietsen met pijnlijke billen in Didam aangekomen, waar opa stond te zwaaien in de deuropening en oma klaarstond met de appeltaart, chips en zoet vruchtensap. Waarom we via Zevenaar zijn gefietst vonden ze een raadsel; en “Omdat Sofie het zei” verklaarde ook niet veel. Het mengsel van bewondering en bezorgdheid op hun gezichten was de fietstocht en de misselijkheid na het zoete vruchtensap in combinatie met appeltaart en chips toch wel waard. En mijn fiets heeft het ook overleefd. Op de terugweg zijn we wel met de trein gegaan. Je moet niet overdrijven.


1 reactie

Madelon · 2 september 2019 op 07:17

Hihi mooie omschrijving van ons fiets avontuur :)!

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.