Gisteren ben ik met mijn laptop en wat andere spulletjes van huis gegaan om de avond, nacht en deze ochtend bij mijn vriend door te brengen. Dat gebeurt wel vaker; wij wonen niet samen. Dit keer ben ik alleen mijn telefoon vergeten. Eenzaam, langzaam leeglopend en af en toe tevergeefs piepend ligt die nu op mijn tafeltje thuis, waar ik hem per ongeluk achterliet. Toen ik erachter kwam had ik geen zin om hem weer op te gaan halen en besloot ik best een halve dag zonder smartphone te kunnen. Dat is misschien zelfs wel goed voor me, dacht ik. Het gaat ook best. Ik leef nog.

Telefoonloos zijn voelt voor mij een beetje als spijbelen. Eigenlijk voelt het heerlijk vrij; ik word niet afgeleid door nutteloze appberichtjes, ik zit niet apathisch naar Facebook te kijken en ik lees ook nog eens de papieren krant. Maar toch blijft in mijn achterhoofd de gedachte zitten: wat als ik nu nét iets héél belangrijks mis?

Ik heb eigenlijk nooit veel gespijbeld op school, of tijdens mijn studie. Dat deed ik echt alleen als ik zéker wist dat er tijdens de betreffende les of dat college niets relevants of interessants verteld ging worden. En als ik het me kon veroorloven, aanwezigheidsplichtgewijs. Verder was ik veel te braaf. Stel je voor dat ik iets belangrijks zou missen, wat dan natuurlijk precies gevraagd zou worden in het examen. Of dat je later in je leven te horen krijgt: “Wéét jij dat niet? Dat leert toch iedereen op school?” Ja, dat zou dan precies in die gespijbelde les behandeld zijn.

Nu, zonder telefoon onder handbereik, ben ik vooral bang dat ik telefoontjes mis. Telefoontjes zijn mijns inziens namelijk per definitie belangrijker dan appberichten. Als je iets belangrijks te melden hebt, bel je. Appen doet iedereen, de hele dag door, dus dat is een beetje aan inflatie onderhevig. Toch zul je net zien dat een vriendin me een appje stuurt: “hey, heb je zin om dit weekend iets leuks te gaan doen?” Kijk, daar zou ik graag snel op reageren. Anders maakt ze misschien al andere plannen. Het zou goed kunnen dat ik, als ik later vandaag thuiskom, dertig berichtjes heb van huisgenoten, over wie die afvalzakken op de verkeerde plek heeft gezet. Of van mijn broertjes en zusje over wat we pap moeten geven voor vaderdag. No offense, maar dat is toch minder urgent. Het kan net zo goed zijn dat ik drie voicemailberichten heb. Van een klant: “Hoi Linda, ik heb een leuke opdracht voor je. Bel je me snel even terug?” En een paar uur later: “Hoi Linda, sorry, maar ik heb de opdracht aan iemand anders moeten geven. Er zat nogal haast achter. Jammer, want het was precies iets voor jou! Doei!” En natuurlijk belt er ook iemand die me een groter en goedkoper appartement aanbiedt mét tuin, op een toplocatie, inclusief een puppy, voor een vriendenprijsje. Nu beslissen!

Vroeger hadden mensen dit niet. Natuurlijk misten ze wel eens een telefoontje, en kon dat ook heel vervelend uitpakken. Maar ze hadden geen alternatief. Dat lijkt me ook wel lekker. Gewoon op pad gaan zonder telefoon (of alleen met een oude Nokia, waar je eens in de zoveel tijd een smsje op ontvangt en bereikbaar mee bent in noodgevallen) en thuis een huistelefoon waarop je alleen bereikbaar bent als je thuis bent. Met een leuke antwoordapparaatboodschap; “Hoi, dit is het antwoordapparaat van Linda. Ik ben aan het spijbelen. Laat een berichtje achter na de piep. Dan bel ik je terug als het mij uitkomt. Piep!”


2 reacties

Madelon · 30 juli 2018 op 14:30

Hihi leuk! Laten we in Keulen ook wat gaan spijbelen 🙂 !

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.