Eindelijk was er afgelopen week iets anders om ons druk over te maken. Sneeuw! Op de één of andere manier is het een stuk minder erg om vast te zitten in het koude witte spul dan binnen te moeten blijven om de verspreiding van een onzichtbaar virus tegen te gaan. Sneeuw is concreet, zichtbaar, en voorspelbaarder dan corona.

Bovendien kun je niet van een coronaberg af sleeën, een coronapop of een corona-engel maken. Dat zou een onsmakelijk gezicht zijn, denk ik. En het gooien van sneeuwballen naar elkaar is toch heel wat gezelliger dan coronaklodders rondspugen. Kortom: ik was er blij mee. Als je dan toch thuiswerkt, geef je jezelf toch wat makkelijker sneeuwvrij. Bella was ook blij. Die had nog nooit zo veel sneeuw gezien. Ze zakte tot haar oksels en staart weg in de hopen sneeuw en stak vastberaden haar neus erin.

Ik vond een paar ongebruikte snowboots onderin mijn kledingkast. Geen idee waar ze vandaan komen, ik zal ze wel een keer gekregen hebben. Ik ben nog nooit op wintersport geweest, dus dit was hét moment om de warme laarzen uit te proberen. Het is gewoon veel leuker om te wandelen als de natuur haar best doet je binnen te houden. Laars versus sneeuw. Muts versus kou. Jas versus wind. Als kind liep ik ook graag met mijn laarsjes door de plassen te stampen, als ik niet zat te lezen. Er is niet veel veranderd, wat dat betreft.

De auto van mijn vriend was na de eerste sneeuwnacht bedekt met een laag sneeuw van wel 30 cm. Ook de oprit, stoep en straat waren bedolven. Ik besloot eerst de auto maar eens sneeuwvrij te maken, want als dat allemaal vast zou vriezen zou die nooit meer van zijn plek af komen. En ik had nog een lift nodig. Ook wilden we de stoep een beetje beter begaanbaar maken, maar eenmaal bezig besefte ik: het is niet te doen. Waar laat je al die sneeuw? Is je oprit schoon, dan is de stoep niet meer begaanbaar. Schep je het van je stoep af, dan vormt er een barrière op de straat. Het probleem werd alsmaar doorgeschoven. Ik wilde wel goed doen, maar het leek onmogelijk. Nadat we in ieder geval de oprit begaanbaar hadden gemaakt, zodat de auto weg kon en er niet al te veel obstakels gevormd werden voor andere weggebruikers, gaven we het op.

In deze omstandigheden was het lastig je te concentreren op je werk. De sneeuw lonkte. De helder blauwe hemel en het zonnetje maakten het prachtig wandelweer. Maar teksten typen zichzelf niet, dus ik bleef netjes achter mijn laptop zitten, afgewisseld door heerlijke sneeuwwandelingen met Bella en mijn snowboots. Plotseling zag ik iemand zwaaien voor mijn raam. De pakketbezorger. Het was een andere zwaai dan normaal. Niet “hoi, ik heb iets voor je” maar “hey, kom je helpen?” Ik rende naar de deur. Een paar voorbijgangers waren al naar zijn busje toegelopen. Aha, ik snapte het. Hij zat vast in de sneeuw die in ongelijke hopen op de straat lag. Snel trok ik mijn jas en schoenen aan. “Zullen we met zijn vieren duwen?” riep de bezorger. “Ja, is goed!” antwoordde ik heldhaftig. “Anderhalve meter afstand lukt zo niet,” zei hij. “Ach joh,” riep ik. “Ik houd mijn adem wel in”. Dat deed ik natuurlijk niet. Soms moet je risico’s nemen.

Samen duwden we tegen de achterkant van het witte busje en langzaamaan begonnen de wielen vat op de sneeuw te krijgen. We duwden het busje een paar meter door totdat het haaks op onze weg de straat op reed, waar minder sneeuw ligt. Missie geslaagd. Ik stampte tevreden naar binnen en maakte vegan warme chocomelk, met cacao, suiker en havermelk. Ik hoop dat de sneeuw nog even blijft.


2 reacties

Hennie Verkerke · 15 februari 2021 op 17:38

Een oergezellige column. Ik krijg ook zin in chocolademelk…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.