De meeste mensen die ik de laatste weken sprak hebben hetzelfde als ik. Je vraagt: hoe gaat het? En ze reageren met: ‘Goed.’ En dan komt het. Iets in de strekking van: ‘Nou ja, eigenlijk vind ik het best een pittige tijd. Dat coronagedoe. De spanning die in de lucht hangt bij familie en clubjes. De maatregelen. De afgelaste feestjes. De vraag: mag het nog? Kan het nog? Hoe moet dit nu verder?’ Ja, ik vind het ook pittig. In elk gesprek gaat het erover, iedereen is ermee bezig. Om moe van te worden. En dat in de herfst.

Na mijn fijne zomervakantie in het zonnige Portugal, waar ik veel buiten en in beweging was, niets hoefde en er weinig coronamaatregelen golden, probeerde ik in Nederland dat goede gevoel dapper vast te houden. Ik werd lid van een hardloopclubje. Samen met een groepje één keer in de week trainen is voor mij een fijne stok achter de deur om sportief en lekker in de buitenlucht bezig te zijn. Terwijl de lucht grijzer werd en het zonlicht schaarser genoot ik van de verkleurende herfstblaadjes en de frisse lucht in het bos. Op zaterdagochtend ga ik buitenspelen met het groepje waarbij ik mijn looptechniek en conditie train. Op dinsdagochtend als de herfstblues op de loer ligt trek ik mijn nieuwe hardloopschoenen weer aan om me weer op te laden in het prachtige bos om de hoek. Het werkt. Ik vind het leuk, ik voel me fit en het herfstige weer staat me niet eens zo tegen. Maar nu wordt mijn gemoed toch wel ernstig op de proef gesteld.

Weer volle IC’s. Rellen. Maatregelen. Beperkingen. Besmettingen. Meningen. Gevoelens. Waarheden. Alles dondert weer in sneltreinvaart over ons heen. Niet geheel onverwacht, maar des te frustrerender dat het toch weer gebeurt. Nederland staat weer op z’n kop. Van overheid tot burger, van ondernemer tot familiekring, van podium tot verpleger, we worden allemaal nog steeds geraakt door de pandemie. Ik word er een beetje moedeloos van en de rest van de wereld volgens mij ook. De leuke dingen die nog door kunnen/mogen gaan, zijn inmiddels geen onderdeel meer van het gewone leven. Ze zijn als een ontsnapping.

Baal-ochtend? Even een rondje rennen. Baal-week? In het weekend mag ik gelukkig naar een schouwburg-voorstelling. Zelfs werk en hobby’s voelen als welkome afleiding van de stroperige mist die me bekruipt; zodra ik plannen maak, meer dan drie mensen om me heen heb, of juist alleen ben. Mijn QR-code voelt als een ticket naar ruimtes waarbinnen het gewenste leven plaatsvindt: de schouwburg; een restaurant; een cursusbijeenkomst. Met tegenzin haal ik dat ding tevoorschijn. Met een lichte schroom neem ik plaats in rode pluche stoelen naast vreemdelingen die ook het groene vinkje hebben. Ik laat me afleiden, wegleiden. Ik laat de echte wereld achter me. Voor één, twee, soms drie uur bestaat corona niet.

Ik kijk zo graag uit naar later, als… ik groot ben. Naar het gras van de buren. Aan de overkant. Maar het komt niet vaak voor dat ik zo weinig uitzicht heb. En velen met mij. Wat is de oplossing? Waar gaan we heen? Wat komt er nog? Wat is erger, 5G of 2G? En hoe maken we weer verbinding met elkaar? Hoe ontsnappen we aan iets dat we zelf creëren? Na deze herfst en winter volgt vanzelf weer een voorjaar. Worden de besmettingsgolven vaste onderdelen van onze seizoenen? Lockdown in december, party in augustus. Wat wil de natuur ons vertellen? Ik denk: pas goed op jezelf. Geniet wanneer het kan. En wees lief voor elkaar. Want ontsnappen in je eentje is een stuk minder leuk dan met elkaar.


1 reactie

gerard · 22 november 2021 op 10:27

Het is net goede tijden slechte tijden, samen met familie kom je er wel doorheen

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.