Ik heb geen kinderwens, dat is voor mij al heel lang duidelijk. Niet omdat ik mijn figuur wil behouden of omdat ik een kinderhater ben – ik heb slechts een gezonde afkeer van hard gekrijs, stank en gezeur. Dat kinderen meer dan dat zijn, snap ik ook wel. Ik ben niet gevoelloos. Afgelopen week bleek maar weer dat zelfs ík de gave bezit om toch moedergevoelens te ervaren.

Eigenlijk begon het al iets meer dan een jaar geleden, toen onze puppy Bella in het leven van mij en mijn vriend verscheen. Vanaf het moment dat ze me aankeek met haar groenbruine oogjes wist ik: I’m in trouble. De eerste slapeloze nachten, de ongelukjes in huis en de scherpe tandjes in mijn arm: het was het begin van het einde. Ze had haar veilige nestje verlaten en wij zijn nu haar nieuwe roedel. Als één van de twee volwassenen in dit geheel voel ik me verantwoordelijker dan ooit. Ik doe werkelijk alles om die maffe hond blij te maken.

Inmiddels is ze 1 jaar en bijna 3 maanden oud. Ze durft nu ’s nachts alleen te slapen, in de hal of woonkamer, plast niet meer in huis, heeft de buurt tot haar speeltuin gemaakt, vele honden- en mensenvriendjes gemaakt en is al een keer loops geweest. Voor haar gezondheid en onze gemoedsrust besloten we om het bij die ene loopsheid te houden en haar te laten steriliseren. Daarvoor moest ze bij de dierenarts onder narcose en werd er een flinke snee in haar buik gemaakt. Dat gebeurde vorige week.

Dit was het moment dat mijn vriend me echt op moedergevoelens betrapte. En geloof me, daar zat ik echt niet op te wachten. Ik ben geen zorgtype van nature. Als een nerveus wrak zat ik de hele dag, nadat we haar bij de dierenarts hadden afgezet, mijn telefoon te checken of ze gebeld hadden. Maar het ergste begon pas toen we Bella om 16:00 uur weer op hadden gehaald. Het arme beestje was nog suf van de narcose en wilde niet eten. Zelfs de volgende ochtend, toen ze een pijnstiller toegediend moest krijgen, wilde ze nog geen brokjes, stukjes kip of koekjes eten. Terwijl mijn vriend er wel op vertrouwde dat het wel goed kwam (hij heeft ervaring met kinderen) vroeg ik me paniekerig af of ze geen pijn en honger zou lijden.

Op de Labradoodle-facebookgroep riep ik om hulp; op Google zocht ik naar oplossingen, en om het half uur probeerde ik of de patiënt niet een klein hapje wilde nemen. Aan het eind van de ochtend toonde ze eindelijk interesse in een stukje kip. Een handje rijst met kip – een licht verteerbaar maaltje voor haar versufte buikje – ging er ook in, maar de pijnstiller wilde ze niet opeten. Snel hakte ik de pil in kleine stukjes, die ik in de stukjes kip en rijst verstopte. Ze bleef al die tijd sloompjes liggen op haar zitzak en handje voor handje hielp ik haar de pijnstiller, rijst en kip op te eten. Trots vertelde ik het aan mijn vriend, toen hij thuiskwam. Dat had ik toch maar mooi voor elkaar gekregen.

De dagen erna knapte ze snel op. Al snel at ze gewoon weer haar brokken en kon ze weer een rondje lopen zonder op de grond te gaan liggen. Tien dagen lang moest ze rust houden, dus probeerden we haar energie te besteden aan denkspelletjes: koekjes zoeken in bekertjes en zo. Als we haar uitlaten moet ze nog even aan de lijn om te voorkomen dat ze gaat rennen, dus trekt ze bijna mijn arm uit de kom, want wat moet je met al die opgekropte energie? Ik houd continu in de gaten of ze niet aan de hechtingen zit te likken of bijten. ’s Nachts draagt ze een soort rompertje. Ja, ik heb het allemaal voor haar over. Met die moedergevoelens zit het dus wel goed. Maar het is mooi zo. Ik houd het bij dit vierpotige kind. Zonder gejank en gezeur. En die hondengeur neem ik voor lief.


0 reacties

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.