Bij mij om de hoek zit een dierenkliniek in een mooi statig herenhuis. Ik heb zelf (nog) geen huisdier, dus ik kom er nooit. Maar ik zie vaak mensen langslopen met nietsvermoedende of juist zenuwachtige honden, of van die reismandjes met daarin een kat, konijn of hamster. Een slungelige jongen van een jaar of 17 loopt langs mijn huis met zo’n mandje. Misschien zit er een kat in, die hij als kind kreeg, fantaseer ik. Een maatje waarmee hij kan knuffelen en huilen zonder zich te schamen.
De kat heeft vast een lullige naam, denk ik, zoiets als Poekie. Of een grappige naam zoals Mevrouw Petersen. Stoere jongens veranderen in zorgzame vaders als er een huisdier in beeld is. Zijn moeder vond het wel goed voor zijn sociale vaardigheden. Kon hij zijn pubergedrag een beetje verzachten. Als hij op school gepest werd, was er altijd een harig knuffelbeest dat hem wel cool vond, zolang hij hem maar eten gaf. Maar nu wil Poekie (of Mevrouw Petersen) niet meer eten. Ze sist als hij in de buurt komt. Wat is er toch aan de hand? Het klinkt niet goed. Misschien krijgt de kat een spuitje. Of een operatie van €2000,-, waar zijn ouders dan voor moeten tekenen, met pijn in hun portemonnee. Gespannen drukt hij op de bel van de dierenkliniek en de deur zwaait open.
Ook zijn er dames van middelbare leeftijd met zo’n klein hondje, dat suffig naast hen meeloopt richting een routinecontrole. De dokter is best eng, voor zo’n hondje. Hij houdt je vast, zegt iets vriendelijks en betast je buik en edele delen. Hij tilt je lippen op om naar je tandvlees te kijken; hij kijkt zelfs onder je staart! Gênant! Dan aait hij je zogenaamd liefkozend, om vervolgens een naald in je heup te steken. Met een hartslag van duizend slagen per seconde spring je de tafel af en probeer je te ontsnappen, maar dan staat daar die dokter weer, met een koekje. Brave meid! Goed gedaan. Tot over een half jaar, je kunt weer gaan. Je baasje staat continu met de dokter te flirten en je hoopt dat ze een blauwtje loopt. Wegwezen hier!
Een tijd geleden zag ik een mevrouw de dierenartspraktijk uit lopen met een leeg reismandje in haar ene hand. Een triest beeld. Ik kijk haar aan als ik langsloop, en probeer meelevend te knikken (hoe doe je dat?) maar ze ziet er niet erg aangedaan uit. In haar andere hand houdt ze haar telefoon, waarmee ze in gesprek is. Terwijl ik langsloop hoor ik haar zeggen: “Ach ja, hij was er blijkbaar heel slecht aan toe.”
Mijn vriend en ik hebben nu ook contact opgenomen met deze dierenarts, op zoek naar goede raad in onze zoektocht naar een puppy. Afgelopen vrijdag ging hij erheen voor een routinecontrole van de poes en ik mocht mee. De dierenarts was een kordate, vriendelijke vrouw die ruim de tijd nam om Loekie te onderzoeken. De weegschaal was een plaat op de vloer, waardoor de harige patiënt niet eens doorhad dat ze gewogen werd. De vaccinatie tegen de niesziekte werd ongemerkt toegediend terwijl wij in haar nek kroelden. Ook spraken zij en haar assistente uitgebreid met ons over de risico’s die aan veel hondenrassen kleven en de manier waarop Loekie en de toekomstige pup kennis kunnen maken. Zo veel aandacht heb ik bij mijn huisarts nog nooit gehad. Maar ik heb dan ook geen baasje die goed geïnformeerd over mijn lot dient te beslissen.
1 reactie
Hennie Fernhout · 10 december 2018 op 10:56
Wat een heerlijk, herkenbaar verhaal! Volgens mij wordt het tijd voor een tijdschrift…..