Het is halfacht ’s morgens. In plaats van aan mijn gebruikelijke kop koffie drink ik kruidenthee. Buiten wordt de wereld wakker. Ik heb net geprobeerd een kwartier lang stil te zitten en me zo min mogelijk te laten afleiden. Gewoon zijn, verder niets. Peanuts. Toch?
Het klonk als iets waar je fijn ontspannen van zou raken: mediteren. Dat mediteren eigenlijk heel hard werken is, en veel meer een concentratie- dan een ontspanningsoefening, ervaar ik sinds kort. Ik beken: ik doe aan zenmeditatie. Bij een zenschool, met een zenleraar.
Het begon allemaal uit nieuwsgierigheid. In wat ik beschouw als een van de treurigste straten van Arnhem – veel grijze flats, veel verkeer, veel barbershops en één hippe hardloopzaak, ook al niet best – liep ik steeds voorbij aan een pand waar achter de ramen van die Japanse kamerschermen stonden. Soms zag ik mensen samen rond een tafel zitten. Verder zag de ruimte er leeg uit. Een snelle google-search leerde mij dat het een zenschool was. Die proeflessen aanbood bovendien.
Om een lang verhaal kort te maken: ik zit nu één keer per week twee uur op een meditatiekussentje en leer wat zen is. Daarnaast heb ik een hele nieuwe set woorden tot mijn beschikking (zendo, eenheidsmudra, boekweitkaf om er maar een paar te noemen) en ben zowaar over de drempel gestapt van een spirituele winkel om een eigen meditatiekussen te kopen. Proefzitten achter de kassa was doodnormaal voor de medewerkster. Onwennig liep ik met mijn roze zafu, gevuld met boekweitkaf, door het centrum van Arnhem.
Iedereen heeft zo een eigen reden om op dat kussen te gaan zitten. De rode draad lijkt te zijn dat mensen op zoek zijn naar rust en acceptatie. Iemand kwam net uit een burn-out, een ander had een ernstig zieke partner en een derde had een kind verloren. Mensen hopen dat meditatie ze weer in contact brengt met henzelf. Dat het ze zelfinzicht geeft, helpt om de moeilijke dingen in het leven aan te gaan. En dit was pas les twee.
Waarom ben ik eigenlijk die proefles binnengestapt? Dat had ik eerder ook kunnen doen, maar toen had ik er geen interesse in. Te zweverig, te vaag. Maar ik was een paar maanden zó moe, en leeg. Ik had het gevoel dat ik geen controle meer had en vond het moeilijk echt contact te maken met anderen. Het voelde alsof ik van buitenaf op mezelf keek en hoofdschuddend dacht: wat bén je aan het doen? Het is soms veel: het zzp-bestaan, waarin je altijd de energie uit jezelf moet halen. Jezelf dan ook nog motiveren om een leuk mens te zijn, gezond te eten, te sporten, hobby’s te hebben – ik was al blij als ik het hoognodige gedaan kreeg.
Maar langzaamaan ging het weer beter. De energie is terug, de onrust in mezelf zie ik weer als stuwende kracht. Ik heb weer zin in nieuw. Nu is het moment om mezelf wat gereedschap te geven om tegenslagen makkelijker op te vangen. Daarom zit ik op dat kussen: om mezelf weer te trainen in wat dat is, één ding tegelijk doen. Tot tien tellen zonder afgeleid te raken door allerlei gedachten en geluiden.
Tot tien kom ik nooit. Want dan realiseer ik me weer dat ik op dat roze kussentje stil probeer te zijn. Dan besef ik dat ik nu meditéér. En voel ik dat boekweitkaf bijna zitten. Gek woord eigenlijk, kaf.
En ééééén….
0 reacties