In een mensenleven komen we veel mensen vluchtig tegen. Als auto’s die met fletse koplampen opdoemen uit de mist en daar al snel weer in verdwijnen. De meeste van hen leren we slechts een beetje kennen, maar toch laten ze soms een indruk achter. Dat geldt ook voor enkele oude bekenden die ik onlangs in de media zag opduiken. Zij maken niet alleen deel uit van mijn verleden, maar weten bovendien – net als ik – bovengemiddeld veel van geschiedenis.

Ik zette rond etenstijd EenVandaag op om wat actualiteiten tot me te nemen. In dit geval viel ik in een item over de op dat moment aanstaande Duitse verkiezingen. Ik trof het mij bekende gezicht aan van een wetenschappelijk medewerker van het Duitslandinstituut; Hanco Jürgens. Het Duitslandinsituut is een wetenschappelijk instituut dat de kennis over onze grote buurman wil vergroten. Hanco is (net als ik) grijzer geworden sinds ik les van hem had over Europese Expansiegeschiedenis aan de (toen nog) Katholieke Universiteit Nijmegen, maar verder weinig veranderd. Hij is nog steeds een rustig pratende aardige man met verstand van zaken.

Tijdens mijn studie geschiedenis maakte hij indruk op mij, omdat hij makkelijker benaderbaar was dan andere docenten. Zo ging hij wel eens mee om een biertje te drinken in het zogenaamde Cultuurcafé op de campus. Het scheelde waarschijnlijk dat hij niet heel veel ouder was dan de meeste van zijn studenten. Verder was hij in staat om door mij aangeleverde werkstukken van prettige opbouwende kritiek te voorzien en zorgde hij er zelfs voor dat ik een van die stukken in een Amsterdams historisch tijdschrift kon publiceren: SKRIPT. Ik vergeef hem dan ook graag de uren die ik in de kelder van de Universiteitsbibliotheek doorbracht met Duitse bronnen op microfilm, in Gotische drukletters, om dat stuk te schrijven. Kortom: hij was iemand die mij stimuleerde om werk te maken van mijn studie.

Tegelijkertijd toont de aanwezigheid van wetenschappers als Hanco in de media aan hoe belangrijk het is dat wetenschap helpt om maatschappelijke en politieke kwesties te duiden. Het is daarbij de kunst om ingewikkelde zaken eenvoudig uit te leggen. In dezelfde week dat ik Hanco Jürgens op tv zag, kwam ik nog een oude bekende tegen in een artikel van de NOS dat het vertrek van Mona Keijzer in historisch perspectief plaatste.

Anne Bos werkt bij het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis. Ze was zowel een studie- als een huisgenoot van mij. Ik herinner me haar als een aardige en bevlogen student geschiedenis. Ik vind het superleuk om te zien dat ze nog steeds in haar vakgebied werkzaam is. Ze laat mooi zien hoe belangrijk wetenschappelijke kennis en historisch besef is bij het verwerken van informatie over actualiteiten. Volgens mij hebben veel mensen daar wel behoefte aan in deze tijd, waarin iedereen al snel een mening heeft of het zelfs beter denkt te weten dan de experts. Ik ben benieuwd welke voorbijgangers uit de mist van het verleden ik nog tegen zal komen in de media.


2 reacties

Wim Helwig · 4 oktober 2021 op 09:18

Goed en leuk geschreven stuk Tim!

    admin · 4 oktober 2021 op 17:53

    Bedankt Wim!

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.