Ik zit met een gemengd gezelschap – allemaal vrijwilligers – aan tafel. Een mevrouw verklaart graag af en toe vegetarisch te eten, gezien de impact van de vleesindustrie op het milieu, het dierenleed en haar gezondheid. Een man naast haar, met een sappig, lichtgebraden biefstuk op zijn bord, zegt verschrikt: “Hè, bah, ik ga me bijna schuldig voelen!”. Snel stelt de vrouw hem gerust. “Oh, ik eet ook nog wel af en toe vlees, hoor!”
Een schuldgevoel is niet prettig. Er heerst volgens mij een collectieve afkeer van deze emotie, vooral sinds de kerk niet zo’n grote rol meer speelt in onze levens. In de hoogtijdagen van het calvinisme waren we altijd, allemaal, zondig. Was je katholiek, dan kon je nog biechten en een paar weesgegroetjes bidden om je vrij te kopen van je zonden, maar als protestant was je gewoon altijd de pineut. Boete doen, nederig zijn en schuld belijden waren manieren om ermee te leven. Nee, met die erfzonde en daarmee gepaarde schuldgevoelens zijn we helemaal klaar. Pretbedervers!
Die afkeer van schuldgevoelens leidt er volgens mij toe dat veel mensen in een discussie of debat zo snel op hun achterste poten staan. Toen ik mensen vertelde tegenwoordig veganistisch te eten, kreeg ik zowel waarderende als negatieve reacties. De negatieve reacties varieerden van totale afkeuring tot het noemen van redenen om wel dierlijke producten te eten, maar ook opmerkingen over wat ik nog wél verkeerd doe (“Maar je draagt wel leren schoenen!”), benadrukkend dat ik heus niet perfect ben. Al snel ging ik in deze gesprekken zelf dan ook maar alvast dingen opnoemen die ik nog fout doe (“Ja, ik eet soms nog wel roomboterkoekjes, en ik draag inderdaad leren schoenen.”). Ik kreeg de behoefte te benadrukken dat ik mezelf echt niet beter voel dan de ander. Dat het oké is dat mijn gesprekspartner wel kaas eet. Dat hij/zij zich niet schuldig hoeft te voelen omdat ik andere keuzes maak. Of in ieder geval niet schuldiger dan ik. Gedeelde schuld is halve schuld.
Ik zie een trend in onze samenleving waarbij niemand schuldig wil zijn en daarom alle verantwoordelijkheid ontkent. Plofkippen in de supermarkt? Toch niet de schuld van consumenten? Racisme? Niet de schuld van een zwart geschminkte basisschoolleraar op 5 december. Seksisme? Niet de schuld van ouders die een roze Barbiekamer voorbereiden voor hun ongeboren dochter. Opwarming van de aarde? Niet de schuld van papa, die van biefstuk houdt. Of in het alles overtreffende Amerika: duizenden schietincidenten per jaar? Niet de schuld van de responsible gun owner. Dit zijn toch maar kleine voorbeelden, die het leven van onschuldige burgers onnodig lastig maken? Nee, als je iets verder kijkt, zie je dat het grote plaatje opgebouwd is uit dit soort voorbeelden.
Arjen van Veelen (van de Correspondent) deed onlangs ook een appèl op ons schuldgevoel. Hij ontmaskert zichzelf als klootzak en geeft aan dat we dat maar beter allemaal kunnen doen. We weten namelijk bést dat ons gedrag en onze keuzes een negatief effect hebben op het milieu, de maatschappij, de dieren en onze gezondheid, maar veranderen lekker niets. Vaak heel bewust. En doen we wél ons best, dan is er altijd wel weer iets anders dat we verkeerd doen. Eet je vegetarisch, dan worden er alsnog dieren uitgebuit voor jouw stuk kaas. Veganistisch? Hypocriet. Waar denk je dat al die avocado’s vandaan komen? Stap je over op de sojamelk, dan ben je medeplichtig aan ontbossing. En ga je weleens op vakantie met het vliegtuig? Dan zijn al je pogingen om het milieu te redden eigenlijk alweer teniet gedaan.
Hoe dan ook: we zijn allemaal klootzakken. Of je nu je best doet of bewust niet. Geef het maar toe. We verlaten deze aardbol echt niet zonder een ecologische voetafdruk achter te laten, laat staan een sociale, maatschappelijke of economische impact. Door dat toe te geven, bereiken we ook het effect van gedeelde schuld. Maar dat betekent niet dat we het dan maar op moeten geven. Laten we het schuldgevoel vieren! Weer gaan biechten. En natuurlijk ontzettend ons best doen. Ik ben Linda, en ik ben een klootzak.
4 reacties
Niké · 17 september 2018 op 10:46
Ik ben Niké en ik ben een klootzak. Oef dat klinkt best hard…
Linda Schlief · 17 september 2018 op 12:02
Ja, klinkt inderdaad lelijk. Maar je doet je best! Dat mag ook best gezegd worden. 🙂
Hennie Verkerke · 17 september 2018 op 19:49
Zozo, Linda, dat is een pittige column! Knap, hoor. Omdat je zo stellig schrijft, staan we toch wat meer stil bij ons gebruikelijk gedrag. We zullen de term klootzak maar met een pondje zout nemen…. Mooi ,dat je het thema met zwierige humor weet te brengen.
Het ligt ook erg aan het gezelschap, of je in die kring vertelt over je veganisme. Men voelt zich toch gauw aangevallen. Aan de andere kant is openheid juist goed.
Maar dan hier wel en daar niet, denk ik.
Deze column is fantastisch geschreven. Mijn compliment!
Linda Schlief · 18 september 2018 op 10:23
Bedankt voor de mooie reactie! Hoewel ik (bijna) nooit mensen de les wil lezen als ik over mijn eigen keuzes vertel, voelen mensen dat vaak wel zo. Enerzijds is dat hun probleem, anderzijds probeer ik het zeker wel te voorkomen. Niemand is perfect! (Oftewel ‘iedereen is een klootzak’, maar ja, dat klinkt inderdaad nogal hard 😉 )