De vlinder heeft het moeilijk, lees ik in het nieuws. In de afgelopen 30 jaar zijn de aantallen in Nederland gehalveerd. Door bebouwing, industrie, stikstof, overbemesting en pesticiden, oftewel wij weer, de mens. De domme mens. Ik probeer het nieuws te vermijden, want ik moet ontspannen.
Het is een warme, doordeweekse zomerdag. Normaal gesproken zou ik op kantoor zitten, achter mijn computer. Maar nu lig ik al een half uur in de hangmat in onze achtertuin. Boven mij vliegen vogeltjes heen en weer van de schutting naar de rozenboog; hoog daarboven komt af en toe een vliegtuig over. Dichterbij zoemen bijtjes, druk in de weer met wat bijen doen met bloemetjes. Ik kan hier uren naar kijken. Is dit nu dat ‘genieten van de kleine dingen’, waar iedereen het na een burn-out over heeft?
Ik heb Facebook en Instagram van mijn telefoon verwijderd, drink geen koffie meer en werk inmiddels ruim twee maanden niet. Begin juli zei mijn lichaam ‘stop, hou op’. De hartkloppingen die ik sinds een tijdje regelmatig voelde, hielden al een paar weken niet meer op. Gespannen schouders, hoofdpijn en paniekgevoelens maakten het cliché compleet: deze millennial is overspannen. De dokter schrijft rust en een dagstructuur voor en vraagt me te onderzoeken waar ik energie van krijg en hoe ik kan ontspannen.
Om te beginnen ga ik fietsen, en wandelen met de hond. Elke middag een dutje op de bank, want wat ben ik móe. Soms verplaats ik naar de hangmat in de tuin, waar ik weeïg naar het leven om me heen staar. Op een gegeven moment komen er zelfs twee vlinders op me zitten. Eentje op de rand van de hangmat, de ander op mijn broekspijp. Ik was een boek aan het lezen, maar deze kleine gevleugelde ontmoeting trekt mijn aandacht. In onze tuin doen we ons best genoeg groen en bloemen te laten groeien. Een vlinderstruik doet haar naam eer aan en lokt deze mooie beestjes met succes. Blijkbaar doen de kleuren van de hangmat en mijn broek het ook goed.
De deurbel gaat. Er staan twee buurmeisjes voor de deur. Ze doen het ‘ruilspel’: of ik een sinaasappel wil ruilen tegen iets lekkers. Ik heb niets in huis dat ik voor kinderen interessant acht, maar ik bied twee mueslirepen aan. Met excuses erbij dat ik niets beters heb. Ik noem mezelf zelfs een ‘saaie drol’. Ze gaan schouderophalend akkoord en huppelen met hun buit door naar de buren. Als de sinaasappel op de fruitschaal ligt denk ik: waarom heb ik nou twee lekkere mueslirepen weggegeven en niet maar één?
0 reacties