De trein is een wereld in het klein. Je komt er allerlei soorten mensen tegen. Rustige mensen zoals ik, die terwijl ze naar hun vader in Limburg reizen, een boek lezen, uit het raam staren of de andere mensen in de trein observeren. Maar ook andere types. Daar zie ik ze zitten: de beste reizigers.
Tijdens het eerste deel van mijn reis zit er een meisje naast mij en haar vriend zit aan de andere kant van het gangpad naast haar. Ze bespreken het vervolg van hun reis. Ze willen namelijk vanaf een bepaald station met de fiets, maar dan moeten er wel OV-fietsen beschikbaar zijn. Het cruciale station nadert en het meisje scant als een roofvogel de ruimte buiten het treinraam. Op zoek naar de OV-fietsenopslag. Leeg! “We proberen het volgende station wel,” zegt ze tegen haar vriend, “dan is het iets verder fietsen, maar het kan prima.” Op het volgende station stappen ze uit en vervolgen, hopelijk succesvol, hun fietsavontuur.
Het is druk in de trein. Zo druk dat ik tijdens het overstappen in Roermond op de trein naar Maastricht niet op tijd mijn trein uitkom en – belangrijker – daardoor de trein aan de andere kant van het spoor mis. Als gevolg daarvan moet ik de stoptrein in plaats van de sneltrein naar Maastricht nemen. Gelukkig is er nog plaats (in die trein) naast een meisje dat zich verschuilt in haar koptelefoon.
Vanuit mijn zitplek wordt mijn aandacht getrokken door een man met een kaal hoofd, een stierennek en tatoeages op zijn armen een eind verderop in de coupé. Deze gedrongen man van een jaar of zestig, die wel iets van een pitbull weg heeft, voert het hoogste woord tegen een magere man die tegenover hem zit. Zijn woordenstroom wordt alleen onderbroken op het moment dat hij tussendoor op chips knaagt die hij direct uit de zak tot zich neemt. Af en toe spoelt hij zowel de woorden als de chips weg met een paar slokken bier uit het blikje Heineken dat hij op zijn tafeltje aan het raam heeft staan. Ook als hij niet met volle mond praat is de pitbull moeilijk te verstaan. De man tegenover hem laat de woordenstroom en de chips-kruimels die meekomen gelaten over zich heen komen. Het is me niet duidelijk of de twee mannen elkaar kennen of toevallig aan de praat zijn geraakt.
Even later stappen er op station Susteren (door de AI-omroepstem foutief uitgesproken als Suusteren) twee blonde meiden in. Zij hebben samen de grootste lol en praten druk met elkaar met stemmen die nog hees zijn van het stappen de avond ervoor. Ze gaan naast de twee mannen die ik hierboven beschreef zitten en maken meteen contact met ze. “Zo! We hebben al een paar uur vertraging en daardoor komen we te laat voor het feestje waar we vanmiddag zouden zijn. Erg hè?”
“Zijn jullie vriendjes daar?” vraagt de pitbull. “Nee joh, we zijn samen lesbisch,” zegt een van de meisjes. De flapuit ratelt meteen door: “Zeg, hoe oud zijn jullie eigenlijk? Ouder dan zestig? Raad eens hoe oud wij zijn?”
De pitbull mompelt iets dat ik niet kan verstaan en het meisje blijkbaar ook niet, want ze zegt: “Ik versta niks van wat je zegt! Welk dialect is dat?” Mompel, mompel. “Oh, Brabants. We zijn trouwens negentien jaar.” “Waar gaan jullie heen?” Er volgt weer iets wat ik niet versta, maar het andere meisje roept opeens: “Ah, jullie gaan naar de hoeren in Maastricht. Lekker seksen!” De stoere man met de tatoeages begint verdacht rooie oortjes te krijgen en weet zich de rest van de treinreis geen houding meer te geven. Ik lach er in mezelf om, want ik heb weer iets om een stukje over te schrijven.
1 reactie
Hilbrandr · 10 juni 2024 op 09:44
Ja soms is het leuk in de Trein!