Amsterdam

In de trage dagen van eind december voel ik altijd een verlangen naar Amsterdam opwellen. Dan wil ik langs de grachten wandelen, me terugtrekken in mijn lange wollen jas en vervolgens in een kroegje in de Jordaan, en dan ’s avonds kijken naar de lichtjes. Vertragen in een stad die nooit stilstaat, mijmeren op een plek waar vooral veel gedáán wordt. Als ik er zou wonen, zou ik een van de enkelingen zijn die houden van verlaten straten en er ’s nachts eindeloos rondzwerven. In de illusie dat ik ’s nachts, als het dagelijkse leven is stilgevallen, misschien nog wat Amsterdammers zou kunnen tegenkomen die de stad en mij zoveel hebben gegeven.

(meer…)

Campert

Toen ik nog in de boekhandel werkte, had ik met de eigenaar met enige regelmaat een terugkerend gesprek. ‘Leeft ’ie nog?’ zeiden we dan. We wisten allebei over wie het ging: dichter en schrijver Remco Campert. In zijn laatste jaren zag hij er broos uit, dronk hij nogal stevig en vooral – hij was de negentig al gepasseerd. De reden dat we dat aan elkaar vroegen, was een heel prozaïsche: op het moment dat hij zou overlijden, wilden we natuurlijk wel Campert zo compleet mogelijk op de plank hebben. De één zijn dood… afijn.

(meer…)