Ik droomde dat ik op een vliegveld was. Ik was de weg kwijt. Ik wist niet eens wat mijn bestemming was. Het enige dat ik wist was dat ik naar gate 91A moest. Tot ik ook dat niet zeker meer wist. Om mij heen bewogen rijen van mensen zich zelfverzekerd voort richting hun zonnige bestemmingen. De borden die ik probeerde te volgen naar mijn gate waren slechts dwaalsporen. Als ik een bord met de nummers 90-100 volgde, bleek aan het eind van de rit nergens een gate met het toevoegsel A te vinden. Ook de weg vragen had geen zin: de andere passagiers hadden geen idee en het onverschillige personeel stuurde me steevast de verkeerde kant op.
Deze droom doet me denken aan een oud stripverhaal van Asterix, dat ik als kind las. In dat verhaal proberen Asterix & Obelix de twaalf werken van Hercules te volmaken om zo op verzoek van Julius Caesar te bewijzen dat ze goden zijn. De meeste Romeinen denken namelijk dat de Galliërs wel goden moeten zijn, omdat ze onverslaanbaar zijn. Oude Juul, zoals Obelix hem noemt, hoopt dat ze zullen falen. Een van de werken die Asterix & Obelix moeten volbrengen is het ophalen van een genummerd formulier in ‘het huis dat gek maakt’. Dit is een instantie waarin onze helden door nors kijkende ambtenaren van het kastje naar de muur gestuurd worden. Ze dwalen van de ene uithoek van het schijnbaar oneindige gebouw naar de andere.
Elke figuur die ze achter een volgend loket vinden weet van niets en stuurt Asterix & Obelix weer door naar een ander loket, omdat ze eerst een subformulier nodig hebben voor het subformulier, van het subformulier van het subformulier van het subformulier voor het formulier dat ze eigenlijk moeten hebben. Het is een helse kwelling zonder eind en het drijft de arme sloebers bijna tot waanzin. Langzamerhand begrijpen ze de gekmakende reputatie van het huis. Natuurlijk bedenkt Asterix, slim als hij is, de oplossing. Hij gaat ze met hun eigen wapens bestrijden en verzint een niet-bestaand formulier. Hiermee zaait hij verwarring onder de ambtenaren. Vlak voordat zij zelf gek worden weet Asterix hen het formulier te ontfutselen dat de Galliërs nodig hebben.
Zo goed liep het in mijn droom niet af. In die droom was ik alleen maar de weg kwijt. Ik werd wakker voordat ik het doolhof dat zich voordeed als luchthaven kon ontwarren door de dame achter het informatieloket te vragen naar een niet-bestaande gate. Bovendien besefte ik na mijn ontwaken met schrik dat ik zelf een ambtenaar ben! Door de droom en de gedachte aan Asterix dronk ik die ochtend mijn portie toverdrank en ging ik vol energie naar het gemeentehuis om bordjes recht te zetten, formulieren op te sporen en de juiste informatie te verspreiden. Voel ik me toch nog een beetje een held.
0 reacties