Het is zondagochtend en ik zit in de woonkamer van mijn vriend. Boven mij klinkt gebonk, gestommel en gebrom. Mijn vriend en zijn zoon van 17 halen het oude tapijt los. Het uitkiezen van het materiaal, de manier van leggen en de kleur van de nieuwe vloerbedekking kon de bijna volwassen reus van een puber geen bal schelen, maar nu er gesjouwd mag worden is hij ineens fanatiek. Mijn vriend trouwens ook: hij is een meester in het uitstellen van klussen, maar als hij eenmaal begint, is hij niet meer te stoppen. Als er straks gepuzzeld mag worden met de tapijttegels halen ze mij erbij. Voor nu laat ik ze maar begaan, daarboven. Ik heb een column te typen.
De laatste twee maanden zijn veel mensen aan het klussen geslagen; omdat we meer vrije tijd hebben door de maatregelen tegen corona. Maar ook omdat we meer thuis zijn en de “karakteristieke imperfecties” van onze huizen ons ineens tegen gaan staan. Die vloerbedekking die niet goed schoon wordt door de slijtage, de koelkastdeur die af en toe los schiet, de afwas die je normaal eens in de zoveel dagen deed: ineens wordt het wat urgenter. “En nu is het genoeg” wordt er gedacht. En dan zijn dit soort dagen perfect om in actie te schieten. En dat wordt vergezeld met het nodige gebonk, gestommel en gebrom.
In deze weken komt er wel meer lelijks tevoorschijn van onder het tapijt der mensheid. Of het aan de sluimerende corona-vermoeidheid ligt of het gebrek aan leuke evenementen en gezelschap, weet ik niet, maar ik kan tegenwoordig niet meer naar het nieuws kijken zonder dat mijn hartslag omhoog schiet en mijn handen beginnen te jeuken. Terwijl hier in Nederland boven tafel kwam dat de Belastingdienst er racistische praktijken op nahield/-houdt, en niet-witte mensen hier ook nog dagelijks te maken krijgen met uitsluiting en vooroordelen, barstte in Amerika de bom.
Duizenden Amerikanen gingen de straat op om luidruchtig te protesteren tegen het geweld van witte politiemensen tegen zwarte mensen. Niet met gestommel, gebonk en gebrom, maar met mondkapjes, kreten vol kracht en verzet en plunderingen. De druppel was de moord op George Floyd afgelopen week, door een politieagent die al wel meer op zijn kerfstok had. Het was niet de eerste zwarte man die onnodig gedood werd door een politieagent in de VS. Het was niet de eerste die uitriep “I can’t breathe” en toch lijkt er dit keer een grotere reactie dan eerder te ontstaan. Hoewel de pijn er voor zwarte mensen elke dag is, ontstond er nu een massaal “en nu is het genoeg!”
Zo’n moord is natuurlijk het puntje van de ijsberg. Net als de dood van de dertigjarige Saïd Zankoua, die als homoseksuele Marokkaanse Nederlander zo vaak mishandeld werd dat hij epilepsie kreeg. Hij overleed als gevolg daarvan vorige week. Het kwam ineens heel dichtbij toen ik een van zijn rouwende vrienden sprak. Homohaat (het is amper een fobie te noemen) leeft, net als racisme, nog steeds voort in vele samenlevingen, op vele niveaus en in diverse uitingsvormen. Niet alleen in Amerika, niet alleen in Marokko of Rusland, niet alleen op straat en niet alleen door vreemde mensen die je niet kent.
Ik wil niet langer zwijgend toekijken, maar ook iets bijdragen in deze emancipatiestrijd. Ik vind het tijd om eens echt de bezem door de zaak te halen en te helpen om zoveel mogelijk tekenen, symptomen en rotte plekjes aan te pakken. Laten we hoesten in de elleboog, afstand houden, die barst in ons plafond dichten, ons tapijt vervangen en ons uitspreken tegen onrecht. Ik accepteer geen stereotype opvattingen of racistische opmerkingen. Ik veeg het niet meer onder het tapijt voor mijn eigen gemak, maar neem mijn verantwoordelijkheid. Voor George. Voor Saïd. Voor alle slachtoffers.
0 reacties