Donderdagochtend in de trein, net na de spits, neem ik plaats in een vierzitje. Drie meiden van een jaar of 17-18 komen bij me zitten. Vriendinnen, op weg naar school. Ik neem aan dat ze net eerstejaars op een vervolgopleiding zijn, gezien hun leeftijd en het feit dat ze op donderdagochtend in de trein zitten. Ze zijn vrolijk en voelen zich op hun gemak met elkaar en blijkbaar ook met mij, want ze praten honderduit en trekken zich er niets van aan dat ik alles kan horen. Ze zien eruit zoals alle tienermeisjes er tegenwoordig uitzien: lang haar, van de één golvend, van de andere twee steil. Een beetje make-up, en stevig bijgewerkte en ingekleurde wenkbrauwen. Eentje heeft nog een blokjesbeugel.
Na een paar minuten kletsen komen twee van hen erachter dat ze dezelfde ring om hun vinger dragen. “Hé, je hebt dezelfde ring als ik!” “Hé, ja.” Ze tikken de ringen tegen elkaar als champagneglazen bij een proost. En ze kletsen verder. Er werd ge-appt met een jongen. “Hij wou gisteravond al met me afspreken. Maar ik moest om half 8 nog eten, en ik wilde echt om 10 uur gaan slapen. Dus,” zei ze, “dan hebben we maar een uur de tijd, en dat is te kort om een film te kijken.” Haar vriendin grinnikt. “Ik denk niet dat hij een film met je wilde kijken.” “Ja, oké”, zegt ze, lichtelijk gegeneerd. Maar het ging dus niet door. Een andere keer misschien.
Of ze interesse had in deze jongen werd me niet duidelijk. Haar andere vriendin merkt op dat ze maar eens een lijst moet maken van alle jongens waar ze mee gezoend heeft, omdat dat er blijkbaar veel zijn. Ze geeft aan dat dat niet te doen is, omdat ze van een heleboel hun naam niet eens meer weet. Er wordt gelachen, en de andere vriendin pakt haar telefoon erbij. “Ik heb wel een lijstje hoor. Kijk maar.” Vanuit mijn ooghoek zie ik dat het een aanzienlijke lijst is.
De dames zijn onder de indruk en beginnen de namen op te lezen. Bij één jongen vragen ze zich af of het misschien familie van een van hen is, omdat hij dezelfde achternaam heeft, maar ze concluderen van niet. Een andere jongen wordt even op Facebook opgezocht, omdat een ander hem denkt te kennen. Hij is al berucht omdat hij met twee meisjes tegelijk aan het daten was, die ook nog eens beste vriendinnen waren. Drama! Door de manier waarop ze over hun vrienden- en familiekring praten, en het feit dat ze “de kermis” als tijdsindicatie gebruiken (“Dat heeft toch zeker wel tot aan de kermis geduurd!”) vermoed ik dat ze uit een dorp komen.
Ik voel me ineens een beetje oud, zo stilletjes glimlachend om de jeugdige avonturen van deze meiden. Het amuseert me dat ze zo open met elkaar praten en mij daarbij ook in vertrouwen nemen. Je hoort vaak dat jongeren tegenwoordig preutser zijn dan vorige generaties, hoewel (of juist doordat) ze makkelijker dan ooit toegang tot porno en informatie over seks hebben. Ze maken minder makkelijk contact met echte mensen omdat ze zo veel op hun telefoon zitten. Ze hebben pas op latere leeftijd hun eerste seksuele ervaringen. En om het allemaal nog lastiger te maken, waren de afgelopen jaren de bangalijstjes en slutshaming ook nog rijkelijk aanwezig. Je hoort vaak over de dubbele moraal die er nog steeds is: mannen met zo’n lijst zijn cool, vrouwen die zich net zo gedragen vies.
Gelukkig trekken deze jongedames zich daar niets van aan. Ze tonen aan dat de meeste contacten dan wel onderhouden worden via Tinder, WhatsApp of Snapchat, maar dat het real life flirten hen niet vreemd is. En van schaamte is ook niets te merken. Ondanks alle digitale verleidingen en gevaren wordt er nog altijd getongzoend in de Rups, gefriemeld achter de schiettent en gescharreld tijdens carnaval. Zijn ze in de dorpen inmiddels minder preuts dan in de stad? Wat mij betreft is dit de nieuwste feministische beweging: de meisjes met lijstjes, verspreid via treinreisjes.
0 reacties