Hoe gaan we als mensen om met grote beangstigende zaken die zo groot zijn dat we er in ons eentje niets tegen kunnen doen? Zaken als het klimaat; oorlog; hongersnood; oprukkend fascisme; haat en geweld – niet alleen ver weg maar ook in onze eigen woonplaatsen; giftige stoffen in onze lucht en voeding; gezondheidszorg; woningnood; en zo kan ik nog wel even doorgaan.

We hebben als burgers best wel wat invloed, maar meestal niet in ons eentje. Daardoor kunnen we de verantwoordelijkheid nog een beetje delen, of afschuiven. En hoewel we tegenwoordig (nog) niet worden afgeschoten voor het uitspreken van een mening of statement dat tegen de regering ingaat, is het niet geheel zonder risico. Demonstreren tegen fossiele brandstoffen, genocide of fascisme wordt actief ontmoedigd door onze huidige regering en hun ordebewaarders, de politie. Demonstranten worden opgepakt nog voordat ze een voet op een demonstratieplein gezet hebben. Socialmediaplatforms, beheerd door rijke machthebbers, censureren content die hen niet aanstaat.  Evenementenorganisaties verbieden vlaggen om ‘ophef’ te voorkomen, en zichtbare queer personen zijn als gevolg van haatzaaiende politici weer steeds minder veilig.

In de Tweede Wereldoorlog zat slechts zo’n 0,5* tot 5 procent van de Nederlanders actief in het verzet. Verzet was dan ook letterlijk levensgevaarlijk. Er zijn natuurlijk verschillende vormen geweest; van het faciliteren van onderduikadressen tot het verspreiden van folders of kranten, smokkelen van voedsel of doorgeven van informatie. Volgens het Nationaal Vrijheidsonderzoek in 2006 van Het Nationaal Comité 4 en 5 mei werkte daarnaast zo’n 5 procent van de Nederlanders actief mee met de bezetters: de rest van de Nederlanders was ‘neutraal’.

Ik kan het niet helpen dat ik soms denk: wat had ik gedaan, in die tijd? Vooral vorig weekend, tijdens de Nationale herdenking en op Bevrijdingsdag. Het voelde wrang: onze slachtoffers herdenken terwijl er momenteel, ook met steun van de Nederlandse regering, nog altijd duizenden mensen vermoord worden. En het vieren van onze vrijheid, terwijl nog lang niet iedereen in ons land, laat staan in de wereld, echt vrij is om te zijn wie die is.

Ik ben bang dat ik bij die 90% had gehoord die niet in het verzet zat en ook niet direct de bezetter steunde. Want wat doe ik nu eigenlijk tegen de ellende in de wereld? Stukjes schrijven? ‘Gewoon doorgaan’ met je leven, is ook in oorlogstijd, toch vaak de makkelijke weg. Tenzij je direct zelf gebombardeerd, gerekruteerd of gedeporteerd wordt om waar je woont of wie je bent, natuurlijk. Ook toen zal het aan mensen geknaagd hebben. Moet ik iets doen? Kan ik iets doen? Maar mijn gezin dan, en mijn inkomen? En dat mooie concert op vrijdagavond? Er moest ook gewoon gezorgd, gewerkt, gekookt en gelachen worden. Moet ik als columnist nou wéér iets schrijven over het wereldnieuws? Kan het niet gewoon even luchtig zijn?

Columnisten in de Tweede Wereldoorlog wilden waarschijnlijk ook gewoon stukjes schrijven over hun hond. En om censuur of erger te voorkomen deden ze dat waarschijnlijk ook, al wilden ze zich misschien ook uitspreken tegen wat ze zagen gebeuren. Zangers schreven ook liever over hun nieuwe liefje. Net als dat de schilders in Oekraïne ook graag hun favoriete rivier schilderen in plaats van een politiek statement; en dat gemeente-ambtenaren nieuwsbrieven willen versturen over het nieuwe snoeibeleid in de stadsparken in plaats van de laatste updates over schuilkelders. Families in Palestina vieren ook liever een bruiloft, bakken een taart en repareren hun auto. Maar terwijl de bommen om je oren vliegen, er geen eten is voor je kinderen en je buurvrouw moet bevallen zonder medische hulp, is die vrijheid ver te zoeken.

*Bron: Verzet in de Tweede Wereldoorlog: Nederland had wisselend succes


0 reacties

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.