Tijdens duistere tijden waarin we van de ene crisis naar de andere lijken te struikelen zoek ik graag naar lichtpuntjes. En volgens mij zitten die altijd vooral in de kleine dingen. In het dagelijkse leven. En gelukkig heb ik de mogelijkheid om hier ook even bij stil te staan zonder voor mijn leven te hoeven vrezen.

Sommige van die lichtpuntjes zie ik letterlijk: zonnestralen schijnen door mijn ramen en de lentezon streelt mijn balkon. Hierdoor kan ik een van mijn favoriete bezigheden uitvoeren: boeken lezen op het balkon in een zonnetje dat aangenaam warm is, maar niet zo heet dat ik wegbrand. Verder hou ik vanaf het balkon alle levendigheid in het eronder gelegen hofje in de gaten.

Ik vind het mooi hoe de kinderen met elkaar spelen. Zo doen twee vriendinnetjes samen een door TikTok geïnspireerd dansje. Onbezorgd in de zon. Terwijl de buurtjongens vooral hard achter elkaar aan rennen. In het hofje worden veel talen gesproken. Ik hoor ze het duidelijkst als de moeders hun kinderen roepen omdat het eten klaar is of omdat ze naar oma gaan. Naast Nederlands en plat Nimweegs kan het gaan om een Nigeriaanse taal, Engels, Somalisch, Turks of Servo-Kroatisch. Van de mensen die de laatstgenoemde taal spreken weet ik zeker dat ze in het verleden een oorlogsgebied zijn ontvlucht, zodat hun kinderen ergens anders veilig op konden groeien. Gelukkig vonden ze rust in dit Nijmeegse hofje.

Andere lichtpuntjes zie ik in het feit dat er weer van alles kan in het dagelijkse leven. Met zijn allen pubquizzen in de kroeg, een bioscoop bezoeken zonder een ander bewijs dan je kaartje te laten zien. Zorgeloos sporten, uit volle borst zingen in een koor en zelfs reizen met het openbaar vervoer mag weer zonder gezichtsbedekking. Kan ik eindelijk weer aan mijn neus krabben als ik jeuk heb zonder de integriteit van een mondkapje aan te tasten.

Ik ben ook blij dat ik niet meer verplicht de hele tijd thuis moet werken. Het is fijn dat ik mijn collega’s weer in levenden lijve op kantoor mag ontmoeten. En een collega die al met pensioen was, kon eindelijk alsnog zijn afscheidsreceptie doen. Dat was heel leuk. Al merkte ik tijdens die receptie dat ik moest wennen aan het feit dat ik weer onder de mensen ben.

Toen ik een drankje ging halen en ik twijfelde wat ik zou nemen, vroeg een andere gast aan me: “praten ze tegen je?”. Ik realiseerde me toen pas dat ik de vraag wat voor drankje het was dat ik voor me zag, hardop uitgesproken had. Ik moet mezelf weer aanleren om voortaan alleen maar tegen mensen te praten en niet meer tegen dingen. Met dieren mag ik natuurlijk wel gesprekken blijven voeren, zoals de kraaien en duiven op mijn balkon. Dat is heel normaal.


0 reacties

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.