De lucht is blauw, helblauw op een hete nazomerdag in september. De zon blinkt me al warm tegemoet terwijl ik aan mijn ochtendwandeling begin. Het licht weerkaatst van een auto, een fietsbel, het metalen hoedje op een schoorsteen. Ik word getroffen door een aangename geur. Die van bouillon.

De geur leidt me door mijn straat. De bouillonlucht is zo sterk dat het lijkt alsof er ergens een soepfabriek moet staan. Een fabriek waar je net als Sjakie en zijn chocoladefabriek toegang toe kan krijgen als je een in goud gewikkelde reep vind. Met een bouillonblok in plaats van een stuk chocola er in.

Als mijn opa nog had geleefd, zou ik hem meenemen om de wonderen van soep-Willy Wonka te ontdekken. Hij had namelijk verstand van soep. In mijn herinnering stond er altijd een pan soep op een laag vuurtje te pruttelen als ik hem met mijn ouders bezocht, diep in de binnenlanden van Zuid-Limburg. Het kon tomatensoep, groentesoep of kippensoep zijn, maar het rook in zijn keuken voornamelijk naar geborgenheid.

Sinds zijn vrouw (mijn oma) was overleden, hield hij zich goed staande in het huis dat hij met zijn eigen handen had gebouwd en waar zijn negen kinderen, waaronder mijn moeder, opgroeiden. Zijn kinderen bezochten hem de rest van zijn leven regelmatig; behalve dan zijn oudste zoon die al sinds de jaren zeventig in Canada woonde. Die kwam iets minder vaak omdat er nu eenmaal een oceaan tussen lag.

De soeplucht in de keuken is niet de enige geur waar ik aan moet denken als ik aan het huis van mijn opa denk. In de woonkamer hing een lucht die bestond uit een zweem van oude tapijten, antieke meubels en pijptabak. De geest van oude dingen kwam me daar tegemoet. Soms speelde opa operettes op zijn zeer grote mondharmonica. Operettes zijn niet echt mijn ding, maar ik hou wel van de blues op een mondharmonica of de jazzy tonen die Toots Thielemans onder de klassieke serie Baantjer neerlegde.

Opa droomde er altijd van om ooit een kasteel te bezitten. Dat sprak mij als door ridderverhalen bezeten jongetje zeer aan. Hij begon er vast mee door een antiek wandmeubel te kopen dat afkomstig was uit een Limburgs kasteel. Bovendien schilderde hij een landschap op een doek dat in de keuken stond, waarin langzaam maar zeker torens tevoorschijn kwamen. Bovenop een van die torens zat een oude man tevreden zijn pijp te roken terwijl hij kringetjes de lucht in blies en zijn bezit inspecteerde. In de keukens van het kasteel werd soep gekookt en via de openstaande ramen verspreidde zich een heerlijke geur over de grachten naar de omringende velden.

Het schilderij kwam nooit af en een kasteel heeft mijn opa nooit bewoond, maar de geuren en kleuren van zijn fantasie rijken nu zelfs tot in mijn straat.


0 reacties

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.