Het is weer april. Die doet wat hij wil. Met kauwen die in groepen als jeugdbendes hun territorium afbakenen (ik zag er een die een duif ervan langs gaf) en paaseieren die worden verstopt. En dit jaar is er een nieuw fenomeen: het NK tegelwippen dat op 30 maart van start ging. Kinky. Alle tekenen van de lente zijn er. Het seizoen waarin alles weer groen wordt en gaat groeien, het langer licht is, zaden ontkiemen en verliefdheid in de lucht hangt. Er zit echter ook een ander luchtje aan de lente: een poepluchtje.

Voordat alles kan groeien en bloeien is het namelijk nodig om de planten van voeding te voorzien. En om een of andere reden eten ze graag shit. “Het is geen potgrond zonder stront”, zei mijn oma altijd. Althans, dat zou ze zomaar gezegd kunnen hebben. Ik heb haar en mijn andere oma niet zo goed gekend. Voor ik het wist lagen ze zelf onder de grond om zichzelf terug te geven aan de natuur.

De poeplucht is niet alleen voorbehouden aan het boerenland. In mijn buurt, de zogenaamde hofjesbuurt in Nijmegen, weet de groenvoorziening ook wel raad met het bruine goud. Op een parkeerplaats verderop in de straat (gelukkig niet onder mijn raam) trof ik een manshoge berg stront aan. Al dan niet gemengd met zwarte aarde. Dat was de ‘motherload’ van waaruit alle hofjes bemest moesten worden. Iets wat ook gebeurde, want de poeplucht kwam me vanuit alle perkjes tegemoet. Op een gegeven moment was het blijkbaar genoeg. Ik zag een vrachtwagen de helft van de berg stront met behulp van een grijper in de achterbak inladen en afvoeren. Opgeruimd staat netjes. Al bleef de andere helft nog wat langer liggen.

Wist je trouwens dat ‘poepschepper’ vroeger ook een beroep was? Alleen dan zonder machine. Voordat de riolering in Nederland in de negentiende eeuw zijn intrede deed, bestond er een noodzakelijk beroep: de stronttonnetjesschepper. Die haalde wekelijks de volgescheten emmers en po’s op bij mensen aan de deur. Vervolgens werden die geleegd op de strontkar die alles naar buiten de stad bracht. De ‘poepmannetjes’ waren ook verantwoordelijk voor het opruimen van de restjes poep die net naast de ton of de kar vielen. Denk daar maar aan als je weer eens vloekend de warme boodschap van je hond in een zakje wurmt. Soms werd de opgehaalde stront naar boeren gebracht, die het vruchtbare spul gebruikten voor hun akkers.

Heel nuttig allemaal, die bemesting. Ik neem de luchtjes van de lente graag voor lief, in de wetenschap dat al die poep uiteindelijk allerlei positieve resultaten heeft. Ook de gewipte tegels zullen ruimte bieden aan nieuwe plantjes en beestjes in tuinen en hofjes. Gewassen en voedsel worden gekweekt en planten en bloemen komen tot bloei. Ik verheug me vast op de zoete geuren van de bloemen en de zomer, waarvan de tijd al is ingegaan. Gelukkig heb ik geen hooikoorts en kan ik wel tegen een beetje stank.


0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.