Er wordt aangebeld. Bella blaft. ‘Ja, ja, ik kom eraan, rustig maar,’ roep ik om haar stil te krijgen. Haar luide blaf kan afschrikwekkend klinken en totdat ik weet wie er voor de deur staat is dat niet nodig. Ik open de deur en zie twee kleine blonde meisjes staan. Nee, dit is geen gevaar. ‘Hallo, wij zamelen geld in voor Oekraïne’ zegt het grootste kleine meisje.

Ik denk dat ze een jaar of 8, 9, 10 zijn. Ik kan dat niet goed inschatten. Ze kunnen lopen en praten, maar zijn nog te jong voor een bijbaantje. Ze hebben alle tijd om buiten te spelen of Tiktokdansjes te doen. Of geld in te zamelen voor een land waar oorlog woedt natuurlijk.

‘Oh, wat goed,’ zeg ik. ‘Ja, we vinden het gewoon zó zielig,’ babbelt het meisje verder. Zij en haar vriendinnetje houden allebei een mandje vast waar kleurrijke pakketjes in zitten. ‘We verkopen zelfgemaakte armbandjes en nog wat andere dingen.’ Ik zeg dat ik zeker iets wil geven en loop naar binnen om mijn portemonnee te pakken. Het enige contante geld dat ik heb is een briefje van €10. Ik twijfel of ik niet kan vragen of ik geld over kan maken. Waar gaat het geld eigenlijk precies heen? Ach, laat ook maar. Ik besluit gewoon €10 te geven. Als nieuwe buurtbewoner moet ik toch wat leuke-buurvrouw-punten verzamelen. En ik wil de kinderen graag belonen voor hun inzet. Zelf herinner ik me niet dat ik op die leeftijd erg betrokken was bij de actualiteiten.

Bella blijft blaffen. ‘Houd eens op, het is al goed.’ Ik laat haar achter in de woonkamer en ga terug naar de meisjes. Om mijn leuke-buurvrouw-imago op te krikken stel ik ze gerust: ‘De hond doet niks hoor, ze denkt dat ze het huis moet bewaken. Eens kijken, wat hebben jullie allemaal voor moois?’ Ik hoop eigenlijk een lelijk zelfgemaakt armbandje te kunnen ontwijken. Mijn oog valt op een klein potje lila nagellak met een Hello Kitty achtig poppetje erop. ‘Ha, een nagellakje. Die wil ik wel. En het is voor het goede doel, dus ik maak er een duur nagellakje van en geef jullie er tien euro voor’ zeg ik licht triomfantelijk.

De meisjes zijn onder de indruk. Tien euro! Ze zeggen netjes dankjewel. ‘Ik weet natuurlijk niet of het echt helpt, maar we wilden gewoon iets doen, zegt het meisje. ‘Ja, alle beetjes helpen,’ zeg ik bemoedigend. ‘We hebben al best veel,’ zegt het andere, stillere meisje; ‘ik heb in mijn eentje al 25 euro opgehaald.’ ‘Nou, dat is hartstikke goed,’ doe ik er nog een schepje bovenop. ‘Heel veel succes ermee, goed dat jullie dit doen!’ Ze lopen vrolijk weg en ik doe de deur dicht.

Ik heb niet gevraagd hoe dat geld nu uiteindelijk in Oekraïne terecht komt. Hun ouders zullen daar wel mee helpen, lijkt me. Misschien wordt het naar giro 555 overgemaakt of een ander goed doel. Het maakt me niet uit. Het zal de oorlog niet stoppen, maar die meisjes proberen in ieder geval iets. Wat deed ik toen ik hun leeftijd had? Na schooltijd las ik boeken of speelde ik buiten. Een vriendin verklaarde de betrokkenheid van de schoolkinderen: op basisscholen wordt tegenwoordig het vak ‘nieuwsbegrip’ gegeven. Dat verklaart waarom veel schoolkinderen in deze tijd ‘iets willen doen’ voor Oekraïners op de vlucht, het klimaat of eenzame ouderen.

Zelf heb ik dat vak nooit gehad. De basisschool waar ik heen ging gaf alleen iets om bijbelbegrip. Ik kan nog steeds moeiteloos alle Bijbelboeken van het oude testament opsommen en weet gelijkenissen te interpreteren als een ware dominee, maar met het nieuws kan ik vrij weinig. Het maakt me niet hoopvol, laat staan behulpzaam. Ik word er eerder moedeloos van. Misschien begrijp ik het gewoon niet goed genoeg. Mijn geloof in de Bijbel ben ik inmiddels verloren. Maar voor 10 euro kreeg ik een schattig nagellakje en weer een beetje geloof in de mensheid. Best een goede deal.


0 reacties

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.